Posts Tagged ‘oorsprong’

Geschiedenis van de oliebol

29 december 2016

Geschiedenis van de oliebol
Wat is eigenlijk het verhaal achter die heerlijke oliebol?

‘’Het weer is koud en guur als de dagen korten en de nachten lengen, maar de feesten van december brengen licht en warmte, met oud jaar: oliebollen.’’ Zo klonk het Polygoon journaal in de jaren ’50. Al eeuwen is het eten van oliebollen typisch Nederlands. De eerste oliebol werd gegeten door de Bataven en de Friezen in het begin van onze jaartelling.

Oliebollen bestonden niet in de vroege Nederlandse geschiedenis voor de zeventiende eeuw. Het deeg werd in een klein bodempje vet (reuzel, lijnzaadolie of raapolie) gebakken, waardoor je platte oliekoeken in plaats van oliebollen kreeg. De geschiedenis van deze oliekoeken gaat veel verder terug.

Germanen
Het oudste fundament van de oliebol in Nederland is te vinden bij de Bataven en Friezen, aan het begin van de Christelijke jaartelling. Deze Germanen offerden aan het einde van december voedsel aan de goden om hen tevreden te stellen, met name de godin Perchta en andere boze geesten die rond deze dagen velen vermoordden. Hun offervoedsel hadden ze in meel gewikkeld en in de olie gebraad en het eindresultaat bestrooiden zij met witte meel. De vetheid van dit voedsel zou ervoor zorgden dat het zwaard van de godin Perchta van hun lichaam zou glijden.

Middeleeuwen
In de Middeleeuwen begon de oliekoek meer vorm te krijgen. Het was de gewoonte dat kerstmis het einde vormde van een tijd van vasten die op 11 november met St. Maarten begon. Het einde van deze vastenperiode werd gevierd met oliekoeken, die gemaakt werden van houdbare ingrediënten. Oliebollen waren ook veelal genuttigd omdat zij rijk aan vet en calorieën waren, en daarmee goed tegen de winterkou beschermden. Voor de rest speelden oliekoeken ook een belangrijke strategische rol ten tijde van een beleg. Omdat alle verse producten al snel op waren of niet lang goed bleven, sloegen veel kastelen meel en olie in. Wanneer er geen andere vormen van voedsel meer aanwezig waren, werden de oliekoeken opgegeten. In de late middeleeuwen ontstond de traditie om armen, die je een gelukkig nieuwjaar wensen, een oliekoek of andere traktatie te moeten geven. Maar dit liep soms ontzettend uit de hand omdat armen hier in grote getale misbruik van gingen maken en willekeurig allerlei wildvreemden geluk gingen wensen.

Zeventiende eeuw
Betere handelscontacten door de komst van het kolonialisme, en betere economische omstandigheden in het algemeen zorgden ervoor dat er meer en betere olijfolie kwam in de lage Nederlanden. Dit heeft tot gevolg gehad dat men meer olie kon gebruiken en het deeg dus de kans kreeg om een ronde vorm aan te nemen: de geboorte van de oliebol.

Negentiende eeuw
Pas in de negentiende eeuw werd de oliebol een traditionele lekkernij rondom oud- en nieuw. De koppeling aan deze periode is, naast het feit dat het voedzaam eten is in koude tijden, gebaseerd op het laatmiddeleeuwse gebruik om de armen rond oud-en-nieuw op een speciaal plat wafeltje, knijpertje of kniepertje genaamd, of oliekoek te trakteren.

Bron: Voskamp.meesterbakker.nl (27-12-2016)

Zie ook:
De allerslechtste oliebol komt uit Noord-Holland
Bekijk de volledige uitslag van de Oliebollentest
Uitslag AD Oliebollentest 2016
Winnaar AD Oliebollentest 2016!
Meesterbakker Voskamp wint AD Oliebollentest 2016

Volg Kermis.wordpress.com op en

Advertenties

Oliebol / Dutch Doughnuts

26 december 2016

Oliebol / Dutch Doughnuts

An oliebol (Dutch pronunciation: [ˈoːlibɔl], is a traditional Dutch and Belgian food. They are called oliebollen (literally: oil spheres) in the Netherlands, while in Belgium they are also called smoutenbollen (literally: lard balls although the real “smout” is of rapeseed oil) and croustillons (loosely: crispies) in French. In English they are more commonly known as Dutch Doughnuts or Dutchies. In the distant region of Istria, now split into the countries of Italy, Croatia and Slovenia, a variation of this dish is called fritole, fritule and blinci. In Serbia they are called uštipci.

Description
Oliebollen are a variety of dumpling made by using an ice cream scoop or two spoons to scoop a certain amount of dough and dropping the dough into a deep fryer filled with hot oil. In this way, a sphere-shaped oliebol emerges. Oliebollen are traditionally eaten on New Year’s Eve[1] and at funfairs. In wintertime, they are also sold in the street at mobile stalls.

The dough is made from flour, eggs, yeast, some salt, milk, baking powder and usually sultanas, currants, raisins and sometimes zest or succade (candied fruit). A notable variety is the appelbeignet which contains only a slice of apple, but different from oliebollen, the dough should not rise for at least an hour. Oliebollen are usually served with powdered sugar.

In Flanders the “oliebol” is also called “smoutenbol” because it is often cooked in animal fat rather than vegetable oil. Another difference between the Dutch oliebol and the Flemish smoutenbol is that the smoutenbol is usually not filled in contrast to the Dutch oliebol. The filling of the oliebol could consist of raisins, currants and apple, other ingredients can be added, such as succade, pieces of orange or whipped cream.

Origin
They are said to have been first eaten by Germanic tribes in the Netherlands during the Yule, the period between December 26 and January 6 where such baked goods were used. The Germanic goddess Perchta, together with evil spirits, would fly through the mid-winter sky. To appease these spirits, food was offered, much of which contained deep-fried dough. It was said Perchta would try to cut open the bellies of all she came across, but because of the fat in the oliebollen, her sword would slide off the body of whoever ate them. The earliest discovered recipe of oliekoecken (“oil cookies”, the direct precursor of the oliebol) came from the 1667 Dutch book De verstandige kock “The smart/responsible cook”.

Variations


Young woman with a cooking pot filled with oliebollen (Aelbert Cuyp, ca. 1652)

From oliekoek to oliebol
For centuries the Dutch ate oliekoek (“oil cookie”), an old name for oliebol (“oil ball”). The Oliebollen you see in the painting from around 1652 are very similar to today’s oliebol. At that time, they were baked in lard or rapeseed oil. During the nineteenth century the word “oliebol” started to be used more. The 1868 edition of the Van Dale dictionary included word “oliebol”, whereas the rival “Woordenboek der Nederlandsche taal” didn’t include it until 1896, stating that “oliekoek” is a more commonly used term, but a major shift in usage occurred: from the early twentieth century the word “oliebol” became the popular word, while “oliekoek” was no longer in use.

Croustillons
A very similar type of oliebol can also be found in the Walloon part of Belgium, Brussels and northern France. Croustillons are deep fried dough balls served hot and liberally sprinkled with powdered sugar. They are usually served in a paper cone with a little plastic fork to eat them with. They are typically found at fairgrounds in Belgium and in Lille, France.

Oliebollentest contest
Since 1993 Dutch newspaper Algemeen Dagblad has held an annual highly publicized oliebollentest at the end of each year. In 2012, the bakery of Willy Olink from Maarssen won the test. In 2013 Richard Visser won the test for the ninth time in twenty years which is currently the record for the highest number of wins by one person.

Bron: Wikipedia.org (26-12-2016)

Volg Kermis.wordpress.com op en

De Oliebol

26 december 2016

De Oliebol

Oliebollen zijn een traditioneel gefrituurd gistdeeggerecht uit de lage landen. Ze worden traditioneel gegeten op oudejaarsavond in Nederland. Ook worden ze het hele jaar door op kermissen in Nederland en België in een oliebollenkraam verkocht.

Oliebollen worden vervaardigd door met twee lepels een hoeveelheid beslag in een pan met hete olie te laten vallen en de zo ontstane, min of meer bolvormige oliebol bruin te laten bakken. Met behulp van een ijsboltang is het ook goed mogelijk een mooi ronde oliebol te vormen.

Het beslag wordt doorgaans gemaakt van bloem, eieren, gist, wat zout en lauwe melk of karnemelk. In plaats van gist wordt soms ook bier gebruikt, omdat hierin gist voorkomt. Het beslag dient een uur te rijzen, zodat de oliebol voldoende luchtig wordt. Oliebollen worden meestal met poedersuiker bestrooid.

In enkele streken in België wordt het gerecht smoutebol genoemd. Dit omdat ze vroeger in smout werden gebakken. Een oliebol in België is doorgaans niet gevuld. In Nederland worden oliebollen soms wel gevuld. Zo’n eventuele vulling bestaat uit rozijnen, krenten en appel (in België worden bij de oliebollen vaak ook nog appelbeignets als alternatief verkocht). Verder kunnen ook andere zaken worden toegevoegd, zoals sukade, sinaasappelsnippers of room.

Oorsprong van de oliebol
Er doen diverse theorieën de ronde over de oorsprong. De aardigste is de verwijzing naar Germaanse stammen in het gebied dat later Nederland zou gaan heten. Zij zouden ten tijde van het Joelfeest, de periode tussen 26 december en 6 januari dergelijke gebakken waren genuttigd hebben. Volgens de Germanen zouden de godin Perchta en andere slechte geesten ’s avonds ronddwalen. Om deze geesten tevreden te stellen werd voedsel geofferd, waarvan het meeste in gefrituurd deeg zat. Door het vet in de oliebollen zou het zwaard van Perchta van het lichaam glijden, waardoor diegenen die oliebollen gegeten hadden niet opengereten zouden worden.

Waarschijnlijker is dat de oorsprong aan het einde van de middeleeuwen ligt. Kerstmis was destijds het einde van de vastenperiode die op 11 november begonnen was: reden om te vieren dus. Oliekoeken, gemaakt van houdbare grondstoffen (al het verse voedsel was immers al op) waren een voedzame traktatie.

De derde optie – waarschijnlijk in combinatie met de tweede – is dat de oliebol uit Portugal komt. Het vermoeden bestaat dat de Portugese Joden die tijdens de Spaanse Inquisitie naar Nederland vluchtten hun recepten meenamen. In Portugal at men destijds al iets wat op oliebollen lijkt: oliekoeken met (gedroogde) zuidvruchten. De olie zou verwijzen naar de olie uit de eeuwig brandende lamp in de tempel van Jeruzalem. Veel Joodse gerechten hebben een verwijzing naar het geloof

Van oliekoek naar oliebol


Jonge vrouw met een kookpot vol oliebollen (Aelbert Cuyp, ca. 1652)

Eeuwenlang aten de Nederlanders oliekoeken, een oude naam voor oliebollen. De oliebollen op het schilderij uit ca. 1652 lijken veel op de hedendaagse oliebol. In die tijd werden ze in raapolie gebakken. In de loop van negentiende eeuw kreeg het woord oliebol steeds meer aanhang. In 1868 nam de Van Dale ‘oliebol’ op. Maar dat het toen nog geen algemeen gebruikte term was, blijkt uit het Woordenboek der Nederlandsche taal (1896). Daarin wordt ‘oliekoek’ nog als meer gebruikelijke benaming genoemd. Maar daarna ging het snel; vanaf begin twintigste eeuw wordt alleen nog over oliebollen gesproken.

Om Olie-koecken te backen (1668)
Neemt tot 2 pont Tarwe-meel / 2 pondt lange Rosijnen / als die schoon gewassen zijn / laetse in lauw water wat staen zwellen : een kop van de beste Appelen / schilt die en snijtse in heel kleyne stucken / de klockhuysen wel uyt gedaen / een vierendeel of anderhalf gepelde Amandelen / een loodt[noten 1] Caneel / een vierendeel loots witte Gember / een weynigh Nagelen dit wel onder een gestoten : een half kommeken gesmolten Boter / een groote lepel gist / en niet wel een pintjen[noten 2] lauwe Soetemelck / want het moet heel dick beslagen zijn dat het beslagh noch tay om de Lepel blijft / en dan alle het andere daer in geroert en soo laten opgaen / neemt daer toe een mengelen[noten 3] van de beste Raep-olie / doet daer in een korst broot een halve Appel / zetter op het vier en laet het uyt branden / keert het broot en Appel altemet om / tot het zwart en hart wort / gieter dan een schootien schoon water in / en laet het dan in de lucht kout worden / en daer naer weder op ’t vier geset / als ghy die wilt gebruycken.

Oliebollentest
Sinds 1993 organiseert het Algemeen Dagblad de AD-Oliebollentest. Elk jaar beslist een panel aan de hand van steek- en smaakproeven welke oliebollenbakker zich dat jaar de beste mag noemen. Richard Vissers Gebakkraam uit Rotterdam heeft de test negen keer gewonnen (één keer gedeeld), meer dan welke andere deelnemer.

Bron: Wikipedia.org (26-12-2016)

Volg Kermis.wordpress.com op en

Pinokkio nieuwste bewoner van Efteling Sprookjesbos

24 maart 2016

Pinokkio nieuwste bewoner van Efteling Sprookjesbos
Pinokkio is sinds vandaag de nieuwste bewoner van het Sprookjesbos!
Kom jij ook naar hem zoeken?


Werkplaats Geppetto Groter formaat klik op foto

Kaatsheuvel, donderdag 24 maart 2016 – Het Sprookjesbos in de Efteling heeft er sinds vandaag een nieuwe bewoner bij. Vanochtend startten de eerste bezoekers van het attractiepark de zoektocht naar de ondeugende houten pop. Het Sprookjesbos is sinds 1952 uitgegroeid van tien tot 29 sprookjes vandaag de dag, waarmee Pinokkio de laatste nieuwkomer is.

Het originele Italiaanse verhaal van Carlo Collodi over de ondeugende houten pop die graag een echte jongen wil worden, wordt in de Efteling in meerdere scènes verteld. De scènes zijn gebaseerd op bekende elementen uit het oorspronkelijke Italiaanse verhaal en de moraal van het sprookje, dat alleen het goede wordt beloond, is op Eftelingse wijze vormgegeven.


De vos en de kat Groter formaat klik op foto

Stichting Carlo Collodi
Het sprookje Pinokkio is in nauwe samenwerking met de Italiaanse organisatie Fondazione Nazionale Carlo Collodi tot stand gekomen. Deze stichting bewaakt het cultureel erfgoed van Carlo Collodi, houdt het bijzondere verhaal van Pinokkio levend en beheert het Pinokkio Park in het dorpje Collodi in Italië.


De Monstervis met Pinokkio en Geppetto Groter formaat klik op foto

Waar is Pinokkio?
Direct bij aankomst bij de werkplaats van Geppetto wordt duidelijk dat Pinokkio en de timmerman daar al heel lang niet zijn geweest. Bosdiertjes hebben de werkplaats overgenomen, terwijl de bezoekers zich afvragen: waar is Pinokkio? Ze vervolgen hun zoektocht en komen de sluwe kat en vos tegen die ook op zoek zijn naar Pinokkio. Bezoekers eindigen bij een haventje waar een reusachtige monstervis in het water ligt. Door de interactieve hengel te gebruiken wordt al snel duidelijk of Pinokkio hier te vinden is.

Bron: Persbericht Efteling

Zie ook:
Pinokkio is geopend

Nieuwe schetsen Sprookje Pinokkio Efteling

26 januari 2016

Nieuwe schetsen Sprookje Pinokkio Efteling

Kaatsheuvel, dinsdag 26 januari 2016 – In het Sprookjesbos krijgt Pinokkio momenteel zijn eigen plekje. Het sprookje bestaat straks uit meerdere onderdelen. Wat vind jij van deze schetsen?

Bron & meer informatie: Facebook.com/efteling

www.facebook.com/efteling

Zie ook:
Efteling 2016 Pinokkio: Schets de vos en de kat
Efteling toont schets eerste onderdeel nieuwe sprookje Pinokkio

Volg Kermis.wordpress.com op en

Efteling 2016 Pinokkio: Schets de vos en de kat

17 december 2015

Efteling 2016 Pinokkio: Schets de vos en de kat

Kaatsheuvel, donderdag 17 december 2015 – In het voorjaar van 2016 opent het 29e sprookje in het Efteling Sprookjesbos: Pinokkio. Jong en oud groeide op met het sprookje over de ondeugende houten pop die graag een echte jongen wil worden. Pinokkio in het Sprookjesbos bestaat straks uit meerdere onderdelen, met interactieve elementen en een knipoog naar zijn Italiaanse oorsprong. Bezoekers starten bij de werkplaats van Geppetto en lopen vervolgens als het ware door het sprookje heen.

Waar is Pinokkio?
Pinokkio wordt een klassiek en herkenbaar Efteling-tafereel, met drie verschillende onderdelen die gebaseerd zijn op bekende elementen uit het oorspronkelijke Italiaanse verhaal. Bezoekers lopen als het ware door het sprookje heen. De start is bij de werkplaats van Geppetto, waar naar binnen geloerd kan worden. Vanaf daar gaat men, samen met de karakters in het sprookje, op zoek naar Pinokkio en Geppetto. Het sprookje van Pinokkio is straks te vinden tussen Roodkapje en De Rode Schoentjes.

Sprookje Pinokkio
De timmerman Geppetto wilde zo graag een zoon dat hij een houten pop maakte die hij Pinokkio noemde. Toen een blauwe fee Pinokkio tot leven wekte was Geppetto zielsgelukkig. Maar de goedgelovige houten pop moest nog veel leren voordat hij een echte jongen kon worden. Daarom stuurde zijn vader hem naar school. Onderweg haalden de sluwe Vos en de domme Kat Pinokkio over om mee te gaan op allerlei avonturen. Telkens als hij hierover loog tegen Geppetto, groeide zijn neus een paar centimeter. Op een kwade dag kwam Pinokkio niet thuis uit school en begon Geppetto wanhopig een zoektocht over land en zee…

Bron: Persbericht Efteling

Gelezen op: Themepark.nl (“Eftelflags” 17/12/2015 19:00)

De opening van Pinokkio staat gepland voor eind maart 2016

Zie ook:
Efteling toont schets eerste onderdeel nieuwe sprookje Pinokkio (02-10-2015)

Volg Kermis.wordpress.com op en

Efteling toont schets eerste onderdeel nieuwe sprookje Pinokkio

2 oktober 2015

Efteling toont schets eerste onderdeel nieuwe sprookje Pinokkio


Eerste schets #pinokkio in @Efteling Werkplaats van Geppetto

Kaatsheuvel, vrijdag 2 oktober 2015 – In het Sprookjesbos wordt vanaf half oktober gestart met de bouw van het nieuwe sprookje: Pinokkio. Het sprookje over de ondeugende houten pop die graag een echte jongen wil worden opent in het voorjaar van 2016 en wordt het 29e sprookje in het Efteling Sprookjesbos. Het sprookje Pinokkio bestaat straks uit meerdere onderdelen, met interactieve elementen en een knipoog naar zijn Italiaanse oorsprong. Bezoekers starten bij de werkplaats van Geppetto en lopen vervolgens als het ware door het sprookje heen.

Waar is Pinokkio?
Pinokkio wordt een klassiek en herkenbaar Efteling-tafereel, met drie verschillende onderdelen die gebaseerd zijn op bekende elementen uit het oorspronkelijke Italiaanse verhaal. Bezoekers lopen als het ware door het sprookje heen. De start is bij de werkplaats van Geppetto, waar naar binnen geloerd kan worden. Vanaf daar gaat men, samen met de karakters in het sprookje, op zoek naar Pinokkio en Geppetto. Het sprookje van Pinokkio zal straks te vinden zijn tussen Roodkapje en De Rode Schoentjes.

Sprookje Pinokkio
De timmerman Geppetto wilde zo graag een zoon dat hij een houten pop maakte die hij Pinokkio noemde. Toen een blauwe fee Pinokkio tot leven wekte was Geppetto zielsgelukkig. Maar de goedgelovige houten pop moest nog veel leren voordat hij een echte jongen kon worden. Daarom stuurde zijn vader hem naar school. Onderweg haalden de sluwe Vos en de domme Kat Pinokkio over om mee te gaan op allerlei avonturen. Telkens als hij hierover loog tegen Geppetto, groeide zijn neus een paar centimeter. Op een kwade dag kwam Pinokkio niet thuis uit school en begon Geppetto wanhopig een zoektocht over land en zee…

Bezoekers die niet kunnen wachten tot het voorjaar kunnen Pinokkio nu al ontmoeten in het Efteling Theater tijdens de familiemusical die daar tot en met februari 2016 speelt.

Bron: Persbericht Efteling

Zie ook:
Efteling opent in 2016 een nieuw sprookje: Pinokkio
[2016]Pinokkio wordt toegevoegd aan Sprookjesbos!

Volg Kermis.wordpress.com op en

Schrijver werkt 25 jaar aan boek over ‘Groninger kermis’

25 juli 2015

Schrijver werkt 25 jaar aan boek over ‘Groninger kermis’


Henk Werk met zijn nieuwe boek Foto’s : Berton van Balveren

Groningen, maandag 20 juli 2015 19:48 uur – Het heeft veel weg van middeleeuws monnikenwerk; 25 jaar schrijven en sleutelen aan één boek. En dan niet zomaar een boek. Henk Werk schreef een 300 pagina’s tellend boek over gebakkramen op Groninger kermissen.

Familiehistorie
Directe aanleiding tot het schrijven van het boek vormt het feit dat de voorouders van zijn opa destijds rondtrokken met de gebakskramen. Varend door de provincie Groningen en het noorden van Drenthe, van kermis naar kermis reizend met demontabele gebakkramen. Zelf woont de geboren Stadjer al sinds 1967 in IJmuiden. Hij heeft deze familieleden nooit gekend.

Eigen beheer
Henk Werk was zó nieuwsgierig naar zijn voorouders en hun bijzondere beroep dat hij al het uitzoekwerk er graag voor over had. Hij wil graag iets bijzonders nalaten en dus zijn kosten noch moeite gespaard om zijn boek ‘Groninger kermis’ in eigen beheer uit te geven.

Rasechte kermisfamilie
Henk Werk komt uit een echte kermisfamilie. Vanaf 1850 tot 1961 zitten vier generaties Werk ‘in het kermisgebak’. Ze staan bijna elk jaar met een kraam op de Vismarkt in de stad. De Grote Markt is voor de gebaksbakkers toch echt te duur.

Soap
De hoofdstukken in het boek die over ruim een eeuw familiegeschiedenis vertellen, lijken meer dan eens op het scenario van een soap. Zo verlaat de jongste broer van zijn opa zeer tegen de zin van de familie het kermisbedrijf voor de liefde. ‘Zijn broers staken zelfs zijn banden lek als hij op bezoek wou bij zijn liefje’ vertelt Henk Werk. ‘Toch ging hij zijn eigen weg’

Kermisgebak
Daarnaast maakt de schrijver een speurtocht naar de oorsprong van kermisgebak; meer dan honderd pagina’s over oliebollen, poffertjes, wafels en andere lekkernijen sieren het boek. ‘Die kon ik heel gemakkelijk vullen met ondermeer recepten van ouderwets kermisgebak’ glimlacht Werk.

Groninger kermis
Tenslotte beschrijft de geboren Stadjer, om meer lezers te trekken, de bijzondere geschiedenis van de Groninger kermis; die was zelfs een tijdje de grootste van Nederland. Ondanks de populariteit hangt het voortbestaan van de Meikermis in 1921 nog aan een zijden draadje. De gemeenteraad stemt voor het afschaffen van de kermis. Omdat één liberaal gemeenteraadslid naderhand zijn stem wijzigt gaat dat op het nippertje niet door. ‘En zo hebben we tot op de dag van vandaag een Meikermis in Groningen’ aldus Werk.

Het boek ‘Groninger kermis, werken op reis met gebakkramen 1850-1961’ is te koop in de winkels en op sommige boekensites.

Bron: www.rtvnoord.nl

Samenvatting
Varen door provincie Groningen en het noorden van provincie Drenthe, van kermis naar kermis met demontabele gebakkramen. Daaruit bestond het werkzame leven van vier generaties WERK. Moe van het zwieren en het zwaaien beten kermisgangers sinds 1850 verlekkerd in WERKs poffertjes, oliebollen, wafels en beignets. Firma Werk-Huizinga bleef schip en moederkraam tot het einde trouw. Nanno Klaas, Folkert, Klaas en Trientje Werk, zich de Gebroeders Werk noemende, sloegen in 1934 met de aanschaf van een rijdende gebakkraam hun vleugels uit. Noodgedwongen werden beide familiebedrijven in 1961 opgeheven wegens gebrek aan opvolgers.

De Meikermis, in 1855 in de plaats gekomen van voorjaars- en najaarskermis, en vanaf 1886 de kermis tijdens Gronings Ontzet, zijn onlosmakelijk verbonden met de stad Groningen. Veel veranderde. Carrousels worden niet meer door stoom aangedreven en reizende schouwburgen, variététheaters en bioscopen zijn verdwenen. Mensen met sterk afwijkende lichaamsbouw worden niet meer blootgesteld aan nieuwsgierige blikken van kermisgangers. Exploitanten van vlooienspelen sloten hun theaters door gebrek aan op mens levende vlooien. Wild vermaak, schiettenten, spelletjes en kermisgebak bleven. Stadjers moesten tijdens epidemieën en in de Eerste Wereldoorlog de stad uit voor kermisvertier. Dwingende maatregelen van de Duitse bezetter beperkten het aantal kermissen in de Tweede Oorlog tot drie kleinschalige evenementen. Henk Werk beschrijft het langdurige gevecht van drankbestrijders en protestanten tegen de in hun ogen zedenbedervende kermis. In 1921 besloot de gemeenteraad tot afschaffing, maar kwam na veel heibel in de raad en weerstand onder de bevolking snel op haar schreden terug.

Poffertjes, oliebollen en wafels zijn eeuwenoud. Scriblita, vermoedelijk de voorloper van de beignet, werd reeds beschreven voor de jaartelling. De vragen met welke ingrediënten beslag en deeg in de loop der tijd werden gemaakt en waarmee, oliepan, bakplaat en fornuis werden verhit, worden in dit werk beantwoord. Onze voorouders bakten in reuzel, boter en olie. Maar in welke olie?

Productspecificaties:
Productinformatie
Auteur Henk Werk
Redactie Piet Wijker
Soort Met illustraties
Taal Nederlands
Gewicht 1,54 kg
Bindwijze Hardcover
Druk 1
ISBN10 9048437245
ISBN13 9789048437245
Product breedte 222 mm
Product hoogte 24 mm
Product lengte 304 mm

Volg Kermis.wordpress.com op en