Posts Tagged ‘historie’

Winterkermis Nederlands Openluchtmuseum Arnhem 09 december 2017 t/m 22 januari 2018

13 augustus 2017

Winterkermis Nederlands Openluchtmuseum Arnhem 09 december 2017 t/m 22 januari 2018:

Winterkermis op het Zaanse Plein
Van 09-12-2017 tot 22-01-2018
11:00 – 17:00 uur

Arnhem – Op het Zaanse plein is een Kop van Jut, een ‘Vroolijke Keuken’ en een ouderwetse winterkermis.

In een krant van 1913 wordt vermeld dat de Vrolijke Keuken uitstekend geschikt is om ‘overkropte ergernis te luchten’.

De Kop van Jut kreeg zijn naam in 1876. Toen werd Hendrik Jacubus Jut veroordeeld voor de moord op de weduwe van der Kouwen en kon het volk zich wreken.

Bron: Openluchtmuseum.nl (27-07-2017)


Volg Kermis.wordpress.com op en

Boek: Allememaggies! – Belevenissen van een variétéartiest – Bas van Toor

8 juli 2017

Boek: Allememaggies! – Belevenissen van een variétéartiest – Bas van Toor
Autobiografische verhalen van Bas van Toor

Vlaardingen – ‘Allememaggies!’ is een verzameling autobiografische verhalen van Bas van Toor, bij met name de jongere generaties vooral bekend als Clown Bassie van het populaire televisieduo Bassie & Adriaan. Maar veel (groot)ouders van de ‘vriendjes en vriendinnetjes’ zullen Bas ook kennen van de acrobatenact ‘The Crocksons’, waarmee hij samen met zijn broer Aad over de hele wereld optrad in alle grote theaters en nachtclubs.

In dit boek ontpopt Bas van Toor zich als een rasverteller. Hilarische anekdotes over het artiestenleven worden moeiteloos afgewisseld met ontroerende verhalen over bezoekjes aan doodzieke kindjes. Op het ene moment lopen de tranen over je wangen van het lachen, terwijl je even later een traantje van ontroering wegpinkt.

‘Allememaggies!’ laat de lezer niet alleen smullen van de belevenissen van een artiest in hart en nieren, maar is ook een verrassende kennismaking met Bas van Toor zelf. De man áchter de rode neus, die na 57 jaar nog altijd smoorverliefd blijkt te zijn op zijn vrouw Coby en als een apetrotse opa vertelt over zijn kleinkinderen. Maar die ook heel boeiend verhaalt over toevallige ontmoetingen met bijzondere mensen, variërend van een beroemde veldmaarschalk tot een jonge straatventer uit Brazilië. Stuk voor stuk belevenissen waarbij zijn alter ego Bassie zou hebben geroepen: “Allememaggies!”

Klik hier om alleen het boek te bestellen.
Wil je meer artikelen bestellen? Bestel het boek dan via de webshop.

ALLEMEMAGGIES! – Belevenissen van een variétéartiest
Auteur: Bas van Toor
Prijs: € 14,95
ISBN/EAN: 978-90-827244-0-0

Bron & meer informatie: Clownbassie.nl (08-07-2017)

Zie ook:
Boek: ‘Moe, ik kan een salto!’ – Autobiografie Aad van Toor
Beleef deze zomervakantie de wereld van Bassie & Adriaan tijdens de tentoonstelling: ‘Bassie & Adriaan – Voor Alle Fans’


Volg Kermis.wordpress.com op en

2800 sprookjes voor Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen!

4 april 2017

2800 sprookjes voor Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen!
Jochem van Gelder, Simone van der Vlugt, Jan Rot en Plien van Bennekom jureren

Kaatsheuvel, dinsdag 4 april 2017 – De Efteling ontving maar liefst 2800 sprookjes uit Nederland en Vlaanderen voor de ‘Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen’. Het park is in 2017 al 65 jaar hoeder van het sprookje en daarom werd de schrijfwedstrijd georganiseerd. Tot en met 11 maart konden sprookjes die zich afspelen in de toekomst worden ingezonden. Het initiatief van Stichting Natuurpark de Efteling heeft vele schrijvers, oud en jong uitgedaagd. Nu is het woord aan de vakjury, die na een grove voorjurering een aantal sprookjes zal aanbevelen aan prinses Laurentien, Paul van Loon en de Efteling. De winnende verhalen worden half mei bekend. Zij dienen als inspiratie voor een compleet nieuw boek van de Sprookjessprokkelaar, dat in het voorjaar van 2018 uit moet komen.

Overweldigend aantal inzendingen
Voor de totstandkoming van hun nieuwe boek van de Sprookjessprokkelaar, een bundel vol korte sprookjesverhalen, wilden de auteurs ook ideeën sprokkelen in Nederland en Vlaanderen. Juryvoorzitter Olaf Vugts, directeur Imagineering van de Efteling: “Dat sprookjes van alle tijden zijn en ook anno 2017 springlevend, wordt bewezen door het overweldigende aantal inzendingen. Al onze verwachtingen zijn overtroffen. Het is mooi om te zien hoe zeer mensen van alle leeftijden nog steeds worden aangesproken door sprookjes en hoe hun fantasie erdoor gevoed wordt. Het zal voor onze juryleden een hele klus worden om een goede keuze te maken.” Klik hier voor een filmpje van de juryleden.

Vakjury
Tot half mei buigt de jury zich over de inzendingen. TV presentator Jochem van Gelder, schrijfster Simone van der Vlugt, liedjesschrijver Jan Rot en actrice Plien van Bennekom vertegenwoordigen Nederland. Zij doen dit samen met schrijver Marc de Bel en presentatrice Ihsane Chioua Lekhli uit Vlaanderen. Via de bibliotheken in Nederland en Vlaanderen is ook een kinderjurylid gevonden. De 10-jarige Jasper van Hove uit Lille in Vlaanderen bekijkt de sprookjes met kinderogen. De winnaars krijgen o.a. een officiële naamsvermelding in het nieuw te schrijven boek.

Bron: Persbericht Efteling

Volg Kermis.wordpress.com op en

Beleef deze zomervakantie de wereld van Bassie & Adriaan tijdens de tentoonstelling: ‘Bassie & Adriaan – Voor Alle Fans’

14 maart 2017

Beleef deze zomervakantie de wereld van Bassie & Adriaan tijdens de tentoonstelling: ‘Bassie & Adriaan – Voor Alle Fans’
Zaterdag 8 juli t/m Zondag 3 september 2017 Familietheater Flamingo Vlaardingen

Vlaardingen – De locatie is het Familietheater Flamingo in Vlaardingen, thuishaven van Bas en Aad van Toor. Rekwisieten zoals de kroon, de schatkist en de steen die gebruikt zijn bij de filmopnamen zijn daar te bewonderen. Natuurlijk ontbreekt hun vriendje Robin de Robot niet en de bekende auto en caravan staan ook klaar. De geschiedenis van Bas en Aad als acrobatenduo ‘The Crocksons’ komt ook aan bod. Met ’The Crocksons’ waren Bas en Aad al wereldberoemd voordat zij als het duo ‘Bassie & Adriaan’ gingen werken.

Zaterdag 8 juli om 11.30 uur openen Bassie en Adriaan samen de tentoonstelling. Tot en met 11 juli zullen Bassie & Adriaan regelmatig samen aanwezig zijn. Daarna zal Clown Bassie bijna iedere woensdag t/m zondag aanwezig zijn. Je kunt dan met hem op de foto, hij zal korte optredens geven en hij vertelt over hun carrière. In augustus zal Adriaan er ook weer een aantal dagen zijn. Wil je precies weten wanneer Bassie en/of Adriaan aanwezig zijn? Kijk dan in de zomervakantie dagelijks op www.bassie-adriaan.nl of op de Facebook Pagina.

Verder is er voor de kinderen in de evenementenhal van Familietheater Flamingo gratis midgetgolfen, lasergamen en penalty schieten met een ronddraaiende Bassie als keeper. Ook zijn er springkussens en andere activiteiten voor de kinderen. Uiteraard zijn er diverse Bassie & Adriaan artikelen verkrijgbaar en biedt Familietheater Flamingo de gelegenheid voor een hapje en een drankje.

Ook worden er diverse wedstrijden georganiseerd waarbij leuke prijzen te winnen zijn. Omdat veel opnamen in Vlaardingen gemaakt zijn krijgt het publiek bij de uitgang een plattegrond mee waarop de bekendste locaties zijn aangegeven zodat het publiek deze zelf kan bezoeken.

Het wordt een leuke familiedag in Vlaardingen, want de kinderen en hun ouders mogen na afloop, op vertoon van het kaartje van de tentoonstelling, gratis naar het Klim- en Klauterparadijs ‘De Jungle’ aan de Parallelweg 4c. Het Familietheater Flamingo en De Jungle liggen beide op vijf minuten loopafstand van Station Vlaardingen-Centrum. Er is ruim gratis parkeergelegenheid en Familietheater Flamingo is rolstoel vriendelijk.

Wanneer: Vanaf zaterdag 8 juli t/m zondag 3 september 2017
Waar: Familietheater Flamingo – Koningin Wilhelminahaven ZZ 10, 3134 KG Vlaardingen
Openingstijden: iedere woensdag t/m zondag van 11.00 tot 16.00 uur (Op maandag en dinsdag is de tentoonstelling gesloten met uitzondering van 10 en 11 juli)
Entreeprijs: € 7,50. p.p. Kaartjes zijn niet in de voorverkoop verkrijgbaar. (Op de dag van de opening (8 juli) is de kassa om 9:00 uur open. De andere dagen vanaf 11:00 uur)

Bron & meer informatie: Bassie-Adriaan.nl (14-03-2017)

Volg Kermis.wordpress.com op en

Archief van het Koninklijk Theater Carré Amsterdam

10 maart 2017

Archief van het Koninklijk Theater Carré Amsterdam
Periode 1887 – 2005

Inleiding

Koninklijk Theater Carré
De geschiedenis van Koninklijk Theate Carré begint in 1830 in een sloppenwijk in Rotterdam. Een straatarme en alleenstaande moeder, Adriana de Gast, geeft haar zesjarige dochtertje Cornelia voor tien jaar mee aan Christian Traugott Gärtner, directeur van een rondreizend circus. De verklaring die zij op 20 augustus tekent, is bewaard gebleven. Gärtner belooft Cornelia een goede opvoeding te geven en haar te leren lezen en schrijven. De moeder zal ‘altijd de vrijheid hebben’ om haar dochtertje te komen bezoeken. Adriana hoopte haar dochtertje op deze manier een betere toekomst te geven. Het is een in onze ogen wat ongewone stap, maar in die tijd werd het vaker gedaan. En soms pakte het wonderwel goed uit. Zoals bij Cornelia, die zich onder haar artiestennaam Kätchen Gärtner zou ontwikkelen tot een van de beste circusamazones van Europa. Ze trouwde op achttienjarige leeftijd met paardenkunstenaar/paardenfluisteraar Wilhelm Carré. Ze kregen twee zoons. Oscar, de oudste en grondlegger van het theater Carré aan de Amstel, en een paar jaar later Adolf.

Wilhelm Carré, die werd geboren in 1817, stamt uit een oud circusgeslacht. Zijn vader Joseph, afkomstig uit het Oost-Pruisische Rössel (nu het Poolse Reszel) reisde rond met een circus genaamd ‘Künstler-Familie J. Carré’, met koorddansers, acrobaten en dressuur- en rijkunsten op paarden. Wilhelm, de oudste zoon, treedt al jong op, samen met zijn twee jongere broers en twee zusjes. Hij is een talent als paardenkunstenaar en leert behalve dressuur en kunstrijden ook de voltige (het op en van een dravend paard springen) en de bareback (acrobatiek op een paard zonder zadel). Zijn specialiteit wordt de illuminatiesprong, waarbij hij met zijn lievelingshengst Mehmed Ben Zariff, een Arabische volbloed, een hindernis van 48 brandende toortsen neemt. Hij ontwikkelt ook de gave om stil met paarden te communiceren en zijn ‘wapenfeiten’ als paardenfluisteraar zullen later in de Nederlandse pers breed uitgemeten worden.

Na het overlijden van zijn moeder Maria Carré-Kästner in 1840 worden Wihelm en zijn broers en zussen ondergebracht bij het circus van Rudolph Brilloff. Deze is een paardenkunstenaar met een grote reputatie en bij hem leert Wilhelm nog beter de kneepjes van het vak. Brilloff legde zich toe op de zogenaamde paardenpantomime: drama’s ontleend aan de Griekse mythologie of de geschiedenis. Bij Brillof leerde Wilhelm ook Kätchen Gärtner kennen. Zij was gracieus en beeldschoon en als kunstrijdster gespecialiseerd geraakt in het panneaurijden: dans en acrobatiek op een ronddravend paard, dat is voorzien van een breed, plat zadel, panneau genoemd.

Kätchen en Wilhelm trouwen in 1842 en monsteren een jaar later aan bij het circus van de Italiaanse Alessandro ‘Il Furioso’ Guerra. Ze maken een succesvol tournee door Rusland, Oostenrijk en Duitsland. Ze hebben daarnaast gastoptredens in het circus van Eduard Wollschläger, dat beurtelings in Berlijn en Amsterdam optreedt. En met dit circus, tijdens de jaarlijkse kermis op het Amstelveld, vertonen zij hun kunsten voor het eerst aan een Nederlands publiek.

De verschillende circusfamilies, die van Carré, Renz, Salomonsky en Wollschläger, verdeelden voor hun optredens in de loop van de tijd de verschillende delen van Europa en Rusland. De Carré’s, inmiddels met een eigen circus, trokken steeds vaker richting West-Europa en specifieker, richting Nederland.

In Nederland was geen sterke circustraditie aanwezig .In Amsterdam werden paardenspel en andere circuskunsten vertoond in een houten tent tijdens de jaarlijks septemberkermis, die gelijktijdig plaatsvond op de Botermarkt (Rembrandtplein), het Koningsplein, de Nieuwmarkt en het Amstelveld. Het paardenspel van Jacob en Mozes Blanus op het Amstelveld was vooral een begrip. In 1864 krijgt Wilhelm Carré vergunning om met zijn circus op te treden, op 12 september op het Amstelveld. Oscar en zijn broer Adolf treden op, er wordt gejongleerd, er is acrobatiek, er wordt gedanst op paarden en er is een ‘gedaanteverwisseling’ door ene Madame Cariot. Het kermispubliek is zwaar onder de indruk en ook lieden uit de hogere standen bezoeken de voorstelling. Circus Carré heeft een grandeur, die men in Nederland niet kende. In de Amsterdamse dagbladen verschijnen jubelende recensies.

De jaren daarna blijft Circus Carré op zijn tournee regelmatig Amsterdam en andere plaatsen aandoen. In Amsterdam slaan ze hun houten tent op in de tuin naast het Paleis voor Volksvlijt, de schepping uit 1864 van de armenarts en ondernemer Samuel Sarphati. Circus Carré is met zijn paardenkunsten inmiddels een begrip. Het bevalt de familie Carré goed in Nederland en in Amsterdam en in 1867 betrekken zij een woonhuis in de Plantage, aan de Middenlaan 13, (huidig nummer 112). In 1868 neemt Oscar het stokje over van zijn vader Wilhelm.

Oscar borduurde verder op de lijn, die zijn vader Wilhelm met het paardenspel had uitgezet. Hij trekt ook nieuwe kunstenaars aan, zoals de broers John en William Price, die jongleren en vioolacts ten beste geven. Het publiek blijft onder de indruk en geestdriftig, ook omdat Oscar zijn programma voortdurend bleef vernieuwen en wijzigen. Niet alleen het kermispubliek bezocht de houten circustent, ook de hogere klasse en de koninklijke familie waren vaak aanwezig. In 1870 verzocht Oscar Willem III om het koninklijk wapen te voeren. De koning gaf toestemming en vanaf april van dat jaar is er sprake van het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré.

Het voortdurend opbouwen en afbreken van de houten tent brengt veel moeite en kosten met zich mee en vanaf 1870 probeert Oscar Carré toestemming te krijgen van het Amsterdamse gemeentebestuur om een terrein te mogen bebouwen met een circusgebouw van steen. Dat gaat niet van een leien dakje. Het gemeentebestuur ziet er veel in, maar de gemeenteraad ligt dwars. De raad wil niet dit soort van vermaak in de stad en ook de jaarlijkse kermis wordt geleidelijk aan afgeschaft, tot woede van de bevolking. Oscar Carré gaat zijn heil elders zoeken. Wat in Amsterdam niet lukt, slaagt wel in Wenen. In het Prater verrijst in 1873 een circusgebouw, dat tien jaar mag blijven staan. Het gebouw is imposant en maakt op iedereen een grote indruk. Keizerin Sisi, die privérijlessen van Oscar krijgt tussen de voorstellingen door, schenkt hem een Arabische volbloedhengst, Mahmoud.

In Amsterdam beginnen de omstandigheden te veranderen. De contouren van wat later de Tweede Gouden Eeuw wordt genoemd, tekenen zich af. Er is sprake van economisch herstel en na het Paleis voor Volksvlijt in 1864 komen er hotels als Krasnapolski (1865), het Amstel Hotel (1867), en verschillende moderne café’s en theaters. In 1875 wordt het Vondelpark aangelegd en in 1888 openen het Concertgebouw en het Rijksmuseum de deuren en in 1894 het Stedelijk Museum en de Stadsschouwburg. Het tij keert en ook Oscar Carré lijkt zijn droom van een stenen circusgebouw te kunnen realiseren. Hij heeft een perceel op het oog aan het Weteringplantsoen. De bekende architect Gerlof Salm maakt een ontwerp, er komt een vergunning maar op het laatste moment in 1876 trekt Oscar zich terug. Hij moet zich verplichten om het gebouw minstens zes maanden per jaar gedurende drie dagen te bespelen. Uit ervaring weet Carré dat dit niet gunstig zal uitpakken: de frequentie is te hoog. Weer zoekt hij een plek om zijn droom te realiseren. In Keulen opent hij in 1879 een stenen circusgebouw met plaats voor meer dan 3.000 bezoekers.

Oscar Carré heeft echter zijn zinnen op Amsterdam gezet en in het najaar van 1879 weet hij een stukje grond te bemachtigen aan de Binnen-Amstel. Hij krijgt permissie om te bouwen en op 10 januari 1880 is de openingsvoorstelling. Oscar Carré heeft een bescheiden houten gebouw laten neerzetten, met een voorgebouw van steen. Drommen bezoekers trekken naar Carré om de paardenkunsten te zien, de jongleer- en acrobatiekacts en een stoet van exotische dieren, die logeren in het nabijgelegen Artis. Er is ook een ‘Domme August’, gespeeld door Jacques Schuitenvoerder. De laatste is zeer succesvol. Oscar Carré durft het aan om een lachgarantie aan te bieden: honderdduizend centen voor degene, die weggaat zonder gelachen te hebben. Hij heeft het nooit uit hoeven keren.

In 1882 moeten alle houten theatergebouwen in Amsterdam vanwege brandgevaar hun voorstellingen staken. Oscar Carré weet dan enkele percelen rond het bestaande gebouw aan te kopen, aan de achterzijde, de Onbekende Gracht. In 1886 ontwerpen de architecten J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk een circusgebouw, met stallen, een toneelhuis, een voorgebouw met foyer en hal en daarboven de woonvertrekken van de familie. In december 1887 wordt het nieuwe gebouw geopend. Het gebouw is een vierkant circus en leent zich door het interieur, een combinatie van piste en lijsttoneel, voor voorstellingen van allerlei aard. Er is plaats voor tweeduizend bezoekers.

In 1911 overlijdt Oscar Carré. Variétékoning Frits van Haarlem heeft inmiddels de programmering overgenomen en zijn voorstellingen zijn succesvol. De onderneming is in handen van de NV Oscar Carré’s Nederlandsch Circus, maar de circusvoorstellingen maken steeds meer plaats voor die van het variététheater, met ballet, kluchten en zang. De roem van Circus Carré begint wat te tanen.

In 1919 bieden de nakomelingen van Oscar Carré het gebouw te koop aan. Een groep investeerders rond de Duitse operettecomponist Max Gabriël koopt het pand. Voortaan zijn er vooral operettes, revues en toneelvoorstellingen te zien en vanaf 1920 bokswedstrijden.

Na verschillende directeuren als opvolger van Gabriël komt er een frisse wind in Carré waaien met de komst van Alex Wunnink. Hij zorgt voor een goede programmering en heeft zakelijk inzicht, wat bij zijn voorgangers nogal eens ontbrak. Op het programma staan de Italiaanse opera, de revue, operette, volkstoneel, variété en een nieuw fenomeen: wereldsterren. Onder andere Josephine Baker, de clown Grock en de Ballets Russes de Monte Carlo treden in Carré op.

In 1953 neemt de zoon van Wunnink, Karel, het directeurschap van zijn vader over. Tot aan 1960 is de programmering in de lijn van zijn vader, met op de eerste plaats ballet- en toneelvoorstellingen. In 1960 is het tijd voor een nieuw fenomeen: de musical. De allereerste musical is Show Boat, gevolgd door Porgy and Bess en vele, vele andere. Dit kan niet verhinderen dat Carré in de rode cijfers komt. De directie moet noodgedwongen tot verkoop overgaan. In 1963 koopt de Exploitatie Maatschappij Scheveningen (EMS) van Reinder Zwolsman theater Carré. Aanvankelijk verandert er niets en is de programmering als altijd breed. Nieuwe ster is Toon Hermans, er zijn verder revues, balletten en musicals. Maar in 1963 kondigt Zwolsman aan dat hij Carré kwijt wil. Slopen is een optie, en dan een nieuw hotel op de plek. In Amsterdam spreekt men van een ‘moordaanslag op de stad’. In 1968 is het definitief: Zwolsman besluit het gebouw te laten slopen. Amsterdam is in rep en roer en zelfs wordt Carré enige tijd ‘bezet’. De gemeente kan uiteindelijk de sloop voorkomen door het bestemmingsplan van de plek vast te stellen: het is voor een recreatief-artistieke accommodatie. Een sterrenhotel is van de baan. In 1972 huurt de gemeente Amsterdam het pand van Zwolsman voor tien jaar. De overeenkomst wordt in 1977 omgezet in een koopcontract.

Inmiddels is directeur Karel Wunnink overleden. De acteur Guus Oster volgt hem op. In de programmering zijn popconcerten, onemanshows, musicals en revues, circusvoorstellingen, theater en ballet. Vanaf 1983 is Bob van der Linden directeur en Hubert Atjak adjunct-directeur. Ze zijn een succesvol duo en in 1987 wordt het eeuwfeest gevierd met de musical Cats. En ook krijgt theater Carré het predikaat ‘Koninklijk’.

In 1993 wordt het oude toneelhuis gesloopt om plaats te maken voor een groter toneel met aanbouw, dat voor een deel in het water van de Onbekende Gracht staat. In 1997 volgt Hein Jens Bob van der Linden op als directeur. Hij gaat een grootscheepse verbouwing leiden, die miljoenen kost maar succesvol zal zijn. Het gebouw wordt voor een deel dichter bij zijn oorspronkelijke vorm gebracht. In 2004 wordt Carré heropend. In 2005 halveert de gemeente de subsidie en in 2009 stopt deze helemaal. Carré slaagt erin om te blijven voortbestaan zonder subsidies. In 2012 treedt er voor het eerst in de geschiedenis van Carré een vrouwelijke directeur aan, Madeleine van der Zwaan. Het 125-jarig bestaan wordt onder haar directeurschap gevierd.

Verantwoording van de inventarisatie
Dit archief met een lengte van ca. vijftig meter beslaat de periode van 1887 tot 2005. Een klein deel van het archief betreft de bedrijfsvoering en de organisatie. Het overgrote deel van het archief bestaat uit dossiers over voorstellingen. De dossiers waren bij de overdracht van het archief in drie bestanden verdeeld: dossiers afkomstig van Alex Wunnink, van Karel Wunnink, en voorstellingendossiers algemeen. Er is overlap tussen de drie bestanden. Bij het ordenen van deze dossiers is de oorspronkelijke ordening aangehouden. De dossiers waren alfabetisch opgeborgen, onder de beginletter van de artiest of het gezelschap, maar ook wel onder de naam van de voorstelling. Het verdient daarom aanbeveling om bij het raadplegen van de inventaris onder beide te zoeken. Bijvoorbeeld de stukken betreffende de voorstelling De Feeks van De Appel: deze kunnen onder de F of onder de A aangetroffen worden. De dossiers bevatten zowel voorstellingen van derden die in Carré werden opgevoerd als eigen producties. Vooral Alex Wunnink, maar ook andere medewerkers en directeuren van Carré, produceerden eigen voorstellingen en exploiteerden eigen gezelschappen, die al dan niet in Carré optraden. In 1986 werd hiertoe een aparte stichting in het leven geroepen, de Stichting Carré Theaterproducties. Buiten de voorstellingendossiers is veel los materiaal betreffende voorstellingen, gezelschappen en artiesten aangetroffen. Dit is apart beschreven. Het audiovisuele materiaal van de voorstellingen was los van de dossiers bewaard, maar dit is zoveel mogelijk aan de dossiers toegevoegd.

De affiches zijn om praktische redenen onder een aparte rubriek beschreven. Het verdient dus aanbeveling om, indien u materiaal van een desbetreffende voorstelling zoekt, in verschillende rubrieken te kijken. De dossiers van Karel Wunnink, de algemene voorstellingendossiers, de affiches en losse stukken vermelden altijd de artiest/het gezelschap en de titel van de voorstellingen, de dossiers van Alex Wunnink zijn echter geordend op beginletter en hier kunt u dus helaas niet op naam van uitvoerende of productie zoeken.

Niet bewaard is ter kennisname ingekomen en verzameld materiaal over voorstellingen die uiteindelijk niet door Carré geprogrammeerd werden. Digitaal ingekomen promotiemateriaal van derden over uitvoerenden en voorstellingen, bedoeld om te worden afgedrukt in programma’s, op flyers e.d. is eveneens niet bewaard behalve in de vorm waarin Carré er al dan niet gebruik van heeft gemaakt. Ook ter kennis ingekomen audiovisueel (digitaal en analoog) materiaal over voorstellingen, zoals viewing copy’s, zijn niet bewaard. Overig analoog ontvangen promotiemateriaal van derden is in de voorstellingendossiers wel bewaard. In verband met eventuele auteursrechten kunnen de voorstellingendossiers voor het overgrote deel niet op aanvraag worden gedigitaliseerd.

De website van Carré is niet gearchiveerd. Op de website van The Internet Archive kunt u verschillende snapshots van de website van Carré terugvinden (Archive.org/web).

Een prachtig onderdeel van dit archief zijn de fotoalbums. Ze zijn voor het merendeel aangelegd door medewerkers van Carré en vormen een goede aanvulling op de dossiers van de voorstellingen. Soms ook zijn ze samengesteld door fans van een diva of van een gezelschap, en later aangeboden aan de directie van Carré.

Geraadpleegde literatuur: ‘Een plek om lief te hebben : geschiedenis van Carré’, door Mariëtte Wolf (Amsterdam 2012)

Archiefvormer
Koninklijk Theater Carré

Bron & meer informatie: Archief.amsterdam (10-03-2017)

Online archief van het Koninklijk Theater Carré Klik hier (gelijk rechtsboven op de webpagina)

Zie ook:
Opening expositie 130 jaar Carré in Stadsarchief
Erfgoed van de Week | Hooggeëerd Publiek aan de Amstel

Links:
Website Koninklijk Theater Carré
130 jaar Carré in Stadsarchief Amsterdam
Online archief Koninklijk Theater Carré

Volg Kermis.wordpress.com op en

Erfgoed van de Week | Hooggeëerd Publiek aan de Amstel

10 maart 2017

Erfgoed van de Week | Hooggeëerd Publiek aan de Amstel
Jubileum Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré 130 jaar 1887-2017
10 maart t/m 11 juni Schatkamer van het Stadsarchief Amsterdam

In het kort
Koninklijk Theater Carré viert dit jaar zijn 130-jarig jubileum. Ter gelegenheid hiervan toont het Stadsarchief Amsterdam uit het omvangrijke archief vanaf 10 maart de mooiste en interessantste stukken.

Amsterdam, 9 maart 2017 – Dit jaar is het 130 jaar geleden dat het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré zijn deuren voor het publiek opende. Dit jubileum wordt van 10 maart tot en met 11 juni in de Schatkamer van het Stadsarchief Amsterdam getoond. Uit het omvangrijke archief van Carré zullen de mooiste en interessantste stukken te zien zijn. Bijzondere foto’s van variété- en circusartiesten, portretten van Carré’s lievelingspaarden, programma’s, affiches, plakboeken en andere memorabilia brengen de geschiedenis van Nederlands fameuste theater tot leven.

Reizend gezelschap in houten onderkomens
Sinds het einde van de 18de eeuw trok de familie Carré met hun circus door Europa. In 1864 stond Circus Wilhelm Carré voor het eerst in Amsterdam tijdens de septemberkermis op het Amstelveld. Zijn kunstrijdersgezelschap van 120 mensen en tachtig paarden verzorgden een avond vol ‘Parijssche quadrillen, groote steeple chase manoeuvres, pantomimen te voet en te paard, gymnastische en acrobatische werkzaamheden’. In de jaren daarna keerde het circus regelmatig terug met houten tenten op wisselende locaties in de stad, waaronder in 1866 tegenover het Wertheimpark en in 1874 in de tuin van het Paleis voor Volksvlijt. In de circuswereld was het gebruikelijk om ’s zomers rond te trekken en tot in de verste uithoeken van Europa voorstellingen te geven, en ’s winters als het moeilijk reizen was op een vaste plek op te treden. Circusprogramma’s bestonden vooral uit paardendressuur en hoge schoolrijden (zonder zadel of toom), dierendressuur, acrobatiek en pantomime, en als dat even kon nog het liefst gecombineerd in één nummer. In 1870 kreeg Oscar Carré, die in 1868 de leiding van het circus had overgenomen, na zijn optreden op Paleis Het Loo van een dolenthousiaste koning Willem III het voorrecht om Koninklijk toe te voegen aan de circusnaam. In 1879 liet Oscar Carré een rijk gestoffeerd en gedecoreerd, rond houten circusgebouw optrekken aan de Amstel. Hoe fraai alles er ook uit zag, de gemeente was niet erg blij met deze, in kaarslichttijd, uiterst brandgevaarlijke constructie. Carré wist sloop nog enkele jaren te rekken door voor de houten tent een stenen bouwdeel te plaatsen met foyers en restaurants.

Stenen circustent aan de Amstel
In 1885 werden de nieuwbouwplannen voor het huidige gebouw ingediend, naar ontwerp van de architecten J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk en met aanwijzingen van de opdrachtgever. Oscar Carré had, in 1878, in Keulen al een circustheater laten bouwen en dat vertoonde in de opzet veel gelijkenis met de nieuwbouw aan de Amstel. De brochure waarmee Oscar Carré investeerders enthousiast probeerde te maken is te zien in het Stadsarchief. Op 2 december 1887 stroomden autoriteiten en genodigden het nieuwe, stenen circustheater aan de Amstel binnen. Een dag later opende het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré zijn deuren voor het publiek met een ‘Groote Parade Gala Openingsvoorstelling, in de Hoogere Rijkunst, Paardendressuur en Gymnastiek’. Opmerkelijk aan het ontwerp zijn de combinatie van een circuspiste met een theaterpodium, de hoefijzervormige stoelplaatsing rond de piste en de amfitheatergewijze opbouw van de zaal. Deze opbouw was nodig om aan de eis van tweeduizend zitplaatsen op het kleine stuk grond te voldoen. De piste kon, via een verbinding met de Onbekendegracht, zelfs onder water worden gezet. Hoog hierboven was de, oorspronkelijk open, kapconstructie met een ongekende spanwijdte van 37 meter, zonder steunpunt in de zaal. Zo belemmerde niets de acrobatiek van de trapezewerkers, of het zicht van de toeschouwers. De houtkleurige en groene afwerking van de omtimmerde spanten, in combinatie met de groene bespanningen met fel gekleurde banden daartussen, hield de herinnering levend aan het oorspronkelijke ‘tentdak’. Deze ‘circustent’ verdween in 1919 uit het zicht door het aanbrengen van een verlaagd stucplafond in de zaal om de akoestiek te verbeteren en de winterkou tegen te gaan.

Zeldzaam overblijfsel van 19de-eeuwse uitgaanscultuur
Onder regie van Greiner Van Goor Architecten werd begin jaren ’90 de toneeltoren aan de Onbekendegracht, met paardenstallen op de begane grond en kleedkamers daarboven, gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Ook werd de toneelopening vergroot, waarbij de opzet en vormgeving van de oorspronkelijke wand min of meer werd nagevolgd. In 2004 werd de ingrijpende, tweede fase opgeleverd, waarbij onder andere in de ruimte onder het gebogen dak een foyer werd gerealiseerd met schitterend uitzicht over Amstelrivier en stad. Tijdens de werkzaamheden werden fragmenten van de oorspronkelijke, bonte afwerking teruggevonden, zoals bespanning met medaillons van in exotische kostuums gehulde vrouwen uit omstreeks 1892, onder barokke cartouches met putti die niet lang daarna waren aangebracht. Was het circustheater bij de opening in 1887 één van de vele stenen exemplaren die in vrijwel alle grotere Europese steden te vinden waren, tegenwoordig is Carré een zeldzaam overblijfsel van een verdwenen 19de-eeuwse uitgaanscultuur. De combinatie van piste en podium heeft daar waarschijnlijk aan bijgedragen door in het voorjaar en de zomer, als het circus op reis was, ruimte te bieden aan een zeer gevarieerde programmering. Met paarden die uit de gevel springen, zuilen en pilasters met danseressenkopjes, rijzwepen en stijgbeugels in het stucwerk, en door clowns- en narrenkoppen gesierde consoles herinnert de façade nog steeds aan de rijke geschiedenis van dit theater.

Erfgoed van de Week
In de rubriek Erfgoed van de Week staat elke week een bijzondere archeologische vondst, vindplaats, voorwerp, monumentaal gebouw of historische plek in de stad centraal. Via de website amsterdam.nl/erfgoed, Twitter @erfgoed020 en Facebook Monumenten en Archeologie delen de erfgoedexperts van Monumenten en Archeologie het erfgoed van de stad met Amsterdammers én overige geïnteresseerden.

Bron: Gemeente Amsterdam

Links:
Koninklijk Theater Carré
130 jaar Carré

Volg Kermis.wordpress.com op en

Toren van Pisa krijgt concurrentie van reuzenrad

6 maart 2017

Toren van Pisa krijgt concurrentie van reuzenrad

Italië/Pisa, Dinsdag 28 februari 2017 – Er is veel meer te zien in Pisa dan de beroemde toren. En om dat in de verf te zetten, wil de Italiaanse stad een reuzenrad bouwen op loopafstand van de scheve toren.

In eerste instantie zal het om een tijdelijk bouwwerk van 3 maanden gaan, maar indien de attractie komende zomer succesvol is, zou er beslist kunnen worden om er een permanente bezienswaardigheid van te maken. Het rad moet ongeveer even hoog worden als de toren, 56 meter, met een diameter van 50 meter. Vanuit het gigantische rad kunnen de bezoekers uitkijken over de wereldberoemde scheve toren en de nabijgelegen Middellandse Zee.

Niet iedereen is overtuigd dat zo’n moderne installatie past in een stad die het vooral van zijn rijke geschiedenis moet hebben; maar de plaatselijke autoriteiten hebben hun toestemming voor het reuzenrad al gegeven.

Bron: Standaard.be

Links:
Toren van Pisa krijgt concurrentie van reuzenrad (Looopings.nl)

Volg Kermis.wordpress.com op en

Juryleden schrijfwedstrijd Efteling bekend

31 januari 2017

Juryleden schrijfwedstrijd Efteling bekend

Kaatsheuvel, maandag 30 januari 2017 – De juryleden van de ‘Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen’ zijn bekend: TV presentator Jochem van Gelder, schrijfster Simone van der Vlugt, liedjesschrijver Jan Rot en actrice Plien van Bennekom vertegenwoordigen Nederland. Zij doen dit samen met schrijver Marc de Bel en presentatrice Ihsane Chioua Lekhli uit Vlaanderen. Stichting Natuurpark de Efteling daagt jong en oud uit om een nieuw sprookje te schrijven dat zich afspeelt in de toekomst. De Efteling is in 2017 al 65 jaar hoeder van het sprookje. Met deze schrijfwedstrijd wil zij sprookjes tot leven laten komen en helemaal van nu maken. De sprookjesverhalen kunnen worden ingestuurd t/m 11 maart 2017. Meer informatie en meedoen op efteling.com/schrijfwedstrijd.

Trots
De ingezonden sprookjes dienen als inspiratie voor een compleet nieuw boek van de Efteling samen met prinses Laurentien en Paul van Loon, een bundel vol korte sprookjesverhalen. Voor de totstandkoming willen de auteurs ook ideeën sprokkelen in Nederland en Vlaanderen.

De jury wordt voorgezeten door Olaf Vugts, directeur Imagineering van de Efteling: “Alle juryleden zijn in hun eigen vakgebied dagelijks bezig met taal en dus echte specialisten in het overbrengen van verhalen. Wij zijn dan ook enorm trots dat zij hebben toegezegd om prinses Laurentien en Paul van Loon te ondersteunen.” Klik hier voor het introductiefilmpje van de jury.

De sprookjesverhalen kunnen worden ingestuurd t/m 11 maart 2017.

De juryleden stellen zich voor – Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen – Efteling

Bron: Persbericht Efteling

Gelezen op: Vijfzintuigen.nl

Zie ook:
Doe mee met de Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen – Efteling
Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen

Volg Kermis.wordpress.com op en

A message from Kenneth Feld, chairman and CEO of Feld Entertainment, the producer of Ringling Bros. and Barnum & Bailey®

15 januari 2017

A message from Kenneth Feld, chairman and CEO of Feld Entertainment, the producer of Ringling Bros. and Barnum & Bailey®

Ellenton, Fla. – January 14, 2017 – After much evaluation and deliberation, my family and I have made the difficult business decision that Ringling Bros. and Barnum & Bailey® will hold its final performances in May of this year. Ringling Bros. ticket sales have been declining, but following the transition of the elephants off the road, we saw an even more dramatic drop. This, coupled with high operating costs, made the circus an unsustainable business for the company.

Nearly 50 years ago, my father founded our company with the acquisition of Ringling Bros. The circus and its people have continually been a source of inspiration and joy to my family and me, which is why this was such a tough business decision to make. The decision was even more difficult because of the amazing fans that have become part of our extended circus family over the years, and we are extremely grateful to the millions of families who have made Ringling Bros. part of their lives for generations. We know Ringling Bros. isn’t only our family business, but also your family tradition.

Ringling Bros. and Barnum & Bailey® Presents Circus XTREME will conclude its tour at the Dunkin’ Donuts Center in Providence, R.I., on May 7, 2017, and Ringling Bros. and Barnum & Bailey® Presents Out Of This World will conclude its tour at the Nassau Veterans Memorial Coliseum in Uniondale, N.Y., on May 21, 2017. We hope you will come to celebrate this American icon for one last time before our tours conclude.

Our company provides quality, live family entertainment, and we invite you to bring your family to one of our other events, including Marvel Universe LIVE!, Monster Jam, Monster Energy Supercross, AMSOIL Arenacross, Disney On Ice and Disney Live!, as well as future productions.

Ringling Bros. and Barnum & Bailey has served as inspiration for all of the live entertainment produced at Feld Entertainment. We learned from the circus, and applied those learnings to our other productions. Without Ringling Bros., we wouldn’t have the vibrant live entertainment company that we have today. Ringling Bros. will always be part of Feld Entertainment, and its spirit will live on in every production and project we do.

Sincerely,

Kenneth

What the Fans Are Saying – Ringling Bros. Presents Out Of This World

Bron: Ringling.com

www.ringling.com
www.facebook.com/ringlingbros
www.twitter.com/ringlingbros
www.instagram.com/ringlingbros
www.youtube.com/ringlingbros
www.wikipedia.org/ringling_bros._and_barnum_&_bailey_circus

Volg Kermis.wordpress.com op en

Doe mee met de Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen – Efteling

13 januari 2017

Doe mee met de Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen – Efteling

Gepubliceerd op 11 januari 2017


Kaatsheuvel – De Efteling maakt samen met prinses Laurentien en Paul van Loon een tweede boek van de Sprookjessprokkelaar. Een boek vol bijzondere, korte sprookjesverhalen met illustraties van de Efteling. En jouw verhaal kan dienen als inspiratie voor de schrijvers. Of je nu 6 of 100 jaar oud bent, in Nederland of in Vlaanderen woont. In iedereen schuilt een schrijver, dus doe mee met de Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen!

Ga naar efteling.com/schrijfwedstrijd voor meer informatie.

Sprookjes zijn generaties lang doorverteld, veranderd, opgeschreven en voorgelezen. Daarom bestaan ze vandaag de dag nog steeds. De Efteling, in 2017 al 65 jaar hoeder van het sprookje, is daar natuurlijk heel blij mee. Sprookjes moeten weer gaan leven onder de mensen, zodat ze altijd zullen blijven bestaan!

In ons jubileumjaar organiseert Stichting Natuurpark de Efteling daarom de Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen. Met deze wedstrijd willen we fantasie stimuleren en het plezier van het schrijven van sprookjes laten ervaren voor iedereen in Nederland en Vlaanderen.

Abonneer je op het Efteling YouTube kanaal en bekijk als eerste nieuwe video’s van de Efteling! Ga naar www.youtube.com/efteling.

Bron: YouTube.com

Zie ook:
Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen

Volg Kermis.wordpress.com op en

Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen

12 januari 2017

Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen

Kaatsheuvel, woensdag 11 januari 2017 – Er was eens… Sprookjes zijn generaties lang doorverteld, veranderd, opgeschreven en voorgelezen. Daarom bestaan ze vandaag de dag nog steeds. De Efteling, in 2017 al 65 jaar hoeder van het sprookje, is daar natuurlijk heel blij mee. Sprookjes moeten weer gaan leven onder de mensen, zodat ze altijd zullen blijven bestaan!

In ons jubileumjaar organiseert Stichting Natuurpark de Efteling daarom de Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen. Met deze wedstrijd willen we fantasie stimuleren en het plezier van het schrijven van sprookjes laten ervaren voor iedereen in Nederland en Vlaanderen.

Doe mee met de Sprookjesschrijfwedstrijd!
De Efteling maakt samen met prinses Laurentien en Paul van Loon een tweede boek van de Sprookjessprokkelaar. Een boek vol bijzondere, korte sprookjesverhalen met illustraties van de Efteling. En jouw verhaal kan dienen als inspiratie voor de schrijvers. Of je nu 6 of 100 jaar oud bent, in Nederland of in Vlaanderen woont. In iedereen schuilt een schrijver, dus doe mee!

Wat moet je doen?
Schrijf een sprookje dat zich afspeelt in de toekomst. Kijk in plaats van naar het verleden (Er was eens…) naar de toekomst: Eens is er… Jouw verhaal zal de Efteling en de schrijvers inspireren om te komen tot het nieuwe boek van de Sprookjessprokkelaar.

Stap 1: Download het invuldocument.
Stap 2: Is je sprookje klaar? Stuur je sprookje dan in: Sprookje insturen klik hier

Wat kun je winnen?
• Met jouw verhaal kun jij één van de 14 winnaars worden.
• Als je wint wordt jouw naam vermeld in het nieuwe boek.
• Je bent aanwezig bij de uitreiking van het boek en ontvangt een uniek, gesigneerd exemplaar.
• Vier entreekaartjes voor de Efteling.


Eens is er …

Voorwaarden
• Maximaal 1.001 woorden
• Het sprookje moet zich afspelen in de toekomst: Eens is er…
• Digitaal aanmelden en uploaden alléén via dit document
• Inzendtermijn: t/m 11 maart 2017
• Bekijk hier de volledige actievoorwaarden
• Insturen alléén via efteling.com/schrijfwedstrijd

Jurering
Een vakjury bepaalt welke ingezonden verhalen als inspiratiebron dienen voor het tweede boek van De Sprookjessprokkelaar. Prinses Laurentien, Paul van Loon en de Efteling bepalen uiteindelijk zelf welke elementen precies worden gebruikt voor de korte sprookjes en illustraties van het nieuwe boek.

De zeven regels van het sprookje
1. ‘Eens is er…’ Hoewel de meeste sprookjes beginnen met ‘Er was eens…’ begint dit nieuwe sprookje met ‘Eens is er…
2. Het sprookje begint altijd met een bepaalde -starre- situatie.
3. Deze situatie wordt verstoord door een probleem, een uitdaging, een wens, of door een onverwachte gebeurtenis.
4. Slechte krachten proberen de held of heldin tegen te werken.
5. Goede krachten schieten te hulp.
6. De held leert en wordt gelukkig.
7. De held wordt beloond! De beloning voor de held kan wijsheid, rijkdom of macht zijn. Of alledrie tegelijk. Hans en Grietje vinden goud en juwelen in het huisje van de heks.

En de laatste zin? wees creatief!

Boek: De Sprookjessprokkelaar

Er was eens een sprookjesbibliotheek in een oud, verlaten kasteel… Stemmen galmen door de gangen en achter de vele deuren schuilt gevaar. Toch blijft Sterre zoeken naar de juiste deur. Daarachter wachten eindeloos veel verhalen die gelezen en verteld moeten worden. Als Sterre de juiste deur vindt, gaat er een wereld voor haar open. Ook voor de mensen in het dorp. Maar niet iedereen is blij. Sterre is in gevaar! Wie kan haar helpen? De Sprookjessprokkelaar?

Auteurs

Prinses Laurentien

Prinses Laurentien is onder meer de auteur van de Mr Finney kinderboeken. Samen met Paul van Loon schreef ze het boek De Sprookjessprokkelaar. Ook is zij oprichter van Stichting Lezen & Schrijven, waarvan zij sinds januari 2014 Erevoorzitter is. In die hoedanigheid blijft zij zich onverminderd inzetten voor verschillende aspecten van geletterdheid, met name om het onderwerp in de rest van Europa op de kaart te zetten. De sociaal-economische rol van bibliotheken heeft haar speciale aandacht. Het is immers heel belangrijk dat iedereen goed kan lezen en schrijven.

Paul van Loon

Paul van Loon schrijft boeken voor kinderen van 5 tot 99 jaar. Dat doet hij al meer dan 30 jaar. Hij heeft meer dan honderd boeken geschreven, waaronder de series Dolfje Weerwolfje, De Griezelbus, Foeksia de miniheks, De Leeuwenkuil en het boek Raveleijn. Miljoenen kinderen in binnen- en buitenland kennen zijn boeken. Zelf houdt hij het meest van griezelverhalen, gekke verhalen en grumorverhalen (dat is een combinatie van de eerste twee).

De Efteling

De Efteling heeft een rijke historie als het gaat om het vertellen en schrijven van sprookjes en verhalen. De Efteling verzorgt, net als bij het eerste boek van de Sprookjessprokkelaar, de illustraties van dit nieuwe boek.

Veelgestelde vragen
Heb je vragen over de Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen? Bekijk hier de veelgestelde vragen.

Bron & meer informatie: Efteling.com

Volg Kermis.wordpress.com op en

Bob Schelfhout’s Circus Sarrasani in miniatuur te koop

8 januari 2017

Bob Schelfhout’s Circus Sarrasani in miniatuur te koop

Circus Sarrasani werd in de jaren dertig vorige eeuw gebouwd door Andreas (Bob) Schelfhout, circusartiest en paardendresseur. Zie ook de Facebookpagina Andreas Schelfhout: Circus Sarrasani in miniatuur. Na terugkeer in Nederland, nu drie jaar geleden, werd het kleine circus tentoongesteld in Galerie Noordvleugel te Veenklooster, in het Kermis- en Circusmuseum te Steenwijk, in Kunsthandel Simonis en Buunk te Ede, bij Goois Scheppend Ambacht te Hilversum en nu staat het te pronken in het Speelgoedmuseum Kinderwereld in Roden (Dr.) Daar is het circus nog tot eind februari te bewonderen.

Naast een grote speeltent, stallen en wagens wordt het circus bevolkt door dieren en figuren, voor het merendeel van antiek elastolin. Het is nu te koop, inclusief elektrische installatie en presentatietafel. Het miniatuurcircus geeft een prachtig, nostalgisch beeld hoe het circus vroeger was, hoe de gloriejaren waren. Ter geruststelling van de koper: ik kom het één keer bij u thuis opzetten. Ter lering.

Altijd al een eigen circus willen hebben met tijgers, leeuwen, olifanten, paarden? Dan is dit je kans! Je kunt ermee succesvol op tournee zoals uit bijgevoegde krantenknipsels blijkt: een machtig minicircus, aldus de Telegraaf.

Vraagprijs: € 15.000,00

Bron & meer informatie: Marktplaats.nl (02 januari 2017 13:40)

Zie ook:
Tentoonstelling rond Circus Sarrasani in Museum Kinderwereld
Circus Sarrasani te koop

Links:
Facebookpagina Andreas Schelfhout: Circus Sarrasani in miniatuur
museumkinderwereld.nl

Volg Kermis.wordpress.com op en

Tentoonstelling rond Circus Sarrasani in Museum Kinderwereld

8 januari 2017

Tentoonstelling rond Circus Sarrasani in Museum Kinderwereld
Circus Sarrasani in Kinderwereld, speelgoed in de Piste
15 oktober 2016 t/m 26 februari 2017

Roden, Circus Sarrasani heeft zijn tent opgezet in Speelgoedmuseum Kinderwereld. Omgeven met circusgerelateerd speelgoed uit de collectie van Kinderwereld en speelgoedverzamelaar Gerard Wortelboer, staat het miniatuurcircus Sarrasani van Andreas Schelfhout centraal in de expositie. De voorstelling begint op zaterdag 15 oktober en loopt door tot en met 26 februari 2017.

In de dertiger jaren van de vorige eeuw woont Bob Schelfhout (1916-1999) een voorstelling bij van Circus Sarrasani. Het mooiste en grootste circus van Europa maakt zoveel indruk op hem dat hij besluit het circus in miniatuur na te bouwen. Tot in de kleinste details bouwt hij in twee jaar tijd de façade, circuswagens, circustent met piste, orkestbak, tribunes, staltenten en de bijzondere houten olifantenstal na.

Tijdens het bouwproces gebruikt hij damschijven als wielen voor de wagentjes en zaagt hij spijlen uit het droogrek van zijn moeder om er masten van te maken. Ook zijn Meccanodoos gaat volledig op in het circus. Na twee jaar knutselen verdwijnt het circus voor een tijdje in kisten. Gedurende de Hongerwinter van 1944/-45 heeft Bob het weer tevoorschijn gehaald en in de barre onderduikperiode vervolmaakt hij zijn Sarrasani.

Rondom het circus zijn vitrines ingericht met oud speelgoed. Bordspellen, maar ook houten en blikken speelgoed, waarbij de wilde dieren en de clowns centraal staan.

Barnum & Bailey
Het wereldberoemde circus Barnum & Bailey stond model voor het houten speelgoedcircus Humpty Dumpty. Mechaniekjes van blik met jonglerende clowns op fietsen of dieren die kunstjes vertonen spreken tot een ieders verbeelding. Speelgoed voor oud, maar ook voor jong! Het moderne Playmobil-circus ontbreekt niet op deze tentoonstelling. Daarnaast is een grote speeltafel ingericht waar de jonge bezoekers zich helemaal te buiten gaan met circusspeelgoed.

Het museum is open van dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur. Tijdens de vakanties ook op maandag geopend.
Brink 31, Roden, telefoon 050 5018851. Meer info: www.museumkinderwereld.nl

Bron: Museumkinderwereld.nl

Links:
Facebookpagina Andreas Schelfhout: Circus Sarrasani in miniatuur
Museumkinderwereld.nl

Volg Kermis.wordpress.com op en

Jan Dirk van den Burg fotografeerde Nederlandse gebakkramen

31 december 2016

Jan Dirk van den Burg fotografeerde Nederlandse gebakkramen

Amsterdam, zaterdag 31 december 2016 – Hollands gewoner is er niet, ‘m perfect bakken is een kunst. ‘Een goede oliebol is juist niet vet.’

Jan Vermolen (51) Spuiplein, Den Haag
Jan is een telg uit een rijk kermisgeslacht, de zesde generatie alweer. Hij werkt met twee seizoenen: in de zomer is het ‘Jantje van de Kermis’ en in de winter is het ‘Jantje van Oliebollen’. ‘Eigenlijk ben ik niet zo’n zoetekauw, ik ben meer een vleeseter en ’s avonds misschien een chippie. Maar ik weet wel hoe ik een oliebol moet bakken hoor, daar hoef je geen snoeperd voor te zijn.’

Den Haag is voor Jan een thuiswedstrijd, daar kent hij iedereen. ‘Ik loop de gemeente weleens te etteren dat ze mij het hele jaar moeten neerzetten op dat doodse Spuiplein. Op oudejaarsdag staat het hier helemaal vol, draaiorgeltje erbij, knettergezellig.’

Jans klantenkring is in de 25 jaar dat hij bakt, behoorlijk veranderd. ‘Twintig jaar geleden aten mensen van buitenlandse afkomst geen oliebollen. Een enkeling misschien. Maar nu is de oliebol echt multicultureel, ie-de-reen eet het! Schrijf maar op: Nederland kan een voorbeeld nemen aan Oliebollenland. Daar is de integratie echt helemaal top!’

Ron van der Weijden (59) Johan de Wittstraat, Dordrecht
Ron heeft al veertig oliebollenbakseizoenen achter de kiezen. Met succes: om zijn nek draagt hij een gouden ketting met een ijsschepje. Daarin zijn vijf diamantjes verwerkt, één voor elke keer hij de AD-oliebollentest won. Op die succesgolf heeft hij de grootste kraam van Nederland gebouwd: ‘Ron’s Gebakskraam’. Vijf ovens naast elkaar, beslagmachines, overal lichtjes: de hele volautomatische oliebollen-shebang. Hoe succesvol ook, het glamourgehalte blijft magertjes in deze business. Ron lepelt zijn spartaanse werkschema even op: ‘Zeven uur op. Zeven uur af. Zeven dagen in week.’ En dat op een setje versleten knieën. Maar wat is er nu zo speciaal aan zijn bollen? Volgens Ron geen staatsgeheim. ‘Wij gebruiken melk, doet niemand, dat is veel te duur. Je hebt wel van die zogenaamde slimmeriken die ergens goedkope krenten halen, ik laat ze altijd maar raaskallen. Wij gebruiken duur meel, dure rozijnen en dure olie. Ik vraag nooit aan de rozijnenboer hoe duur ze zijn, maar hoe zijn oogst is. Kwaliteit wint altijd.

Piet Janvier (45) Kanaalstraat, Utrecht
Toen Piet vijf jaar geleden de oliebollenkraam van zijn schoonouders – Harry en Lien – overnam, belandde hij in een gespreid bedje. Zij hadden in de 25 jaar dat ze onder de kerk stonden een dijk van een reputatie bij elkaar gebakken. En in Lombok woont een specifiek oliebollenpubliek. Piet: ‘De mensen hier willen een rechttoe-rechtaan oliebol, mét rozijnen. Ik heb weleens geprobeerd om wat luxere dingen te bakken, maar dat is kansloos hier.’ Heeft Piet nog een geheim? ‘Een goede oliebol is juist niet vet, dat is de kunst. Ook is het contact met de mensen heel belangrijk. Ze hebben hier een ouderwetse instelling, altijd een praatje maken als je er weer staat. Ik heb echt een sloot aan vaste klanten. Het is hier een dorp in de stad.’

Sidney Bischoff (52) De Voorwaarts, Apeldoorn
Sidney begint zijn procedé met een onvervalste lifehack. Zijn beslag wordt geslagen met een boormachine die hij zelf heeft gemonteerd op een grote garde. ‘Vroeger deden we dat met een spatel, maar dat ben je snel zat, hoor.’ Daarna gaan ze – met het handje geschept op ijslepel twaalf – de arachideolie in. Sidney: ‘Pepertjeduur, maar we blijven er gewoon in bakken. Een oliebol is trouwens helemaal niet ongezond. Ik geloof maar 135 calorieën, gezonder dan een eierkoek!’

De Apeldoorner combineert zijn oliebollenkraam met een Nederlandstalige zangcarriére met cultpotentie. En wie geluk heeft, kan hem bij het bakken een eigen oliebollenliedje horen zingen. Een cover van Bassie & Adriaan met eigen tekst:

“Wat suiker en wat zout, wat gist niet teveel. Dan krenten en rozijnen en je husselt het geheel, Lek-ker door elkaar, En dan even wachten maar… Oh wat fijn, oh wat fijn om een oliebollenbakker te zijn”.

Over de aanloop hoeft hij zich geen zorgen meer te maken. ‘Ik wil niet opscheppen, maar als jij mensen gaat vragen in Apeldoorn waar ze goede oliebollen hebben, zeggen negen van de tien: bij Sidney naast de Intratuin.’

Corrie Op ’t Hof- Eckelboom (52) Veemarkt, Tiel
Bij de familie Eckelboom is de beroepskeuze een uitgemaakte zaak. Althans, in de wintermaanden. Corrie: ‘Mijn oma had elf kleindochters, die gingen allemaal in de oliebollen. Nu hebben we veertig neefjes en nichtjes: ook allemaal in de oliebollen.’ De hele Betuwe en omstreken staat nu van Veenendaal tot Geldermalsen vol met de kramen van de familie Eckelboom en aangetrouwde troepen. Corrie bakt al 35 jaar oliebollen en de vaste stek is op de Veemarkt in Tiel. ‘We doen het ’t hele jaar door, ook op kermissen. Loopt het ook, hoor, behalve als het boven de 30 graden is. Vrouwen bloot, handel dood. Die ken je zeker wel.’

Jan Dirk van den Burg fotografeerde Nederlandse gebakkramen Klik hier voor de foto’s >>>

Bron: Volkskrant.nl

Volg Kermis.wordpress.com op en

Hoe maak je een goede oliebol?

30 december 2016

Hoe maak je een goede oliebol?

Coevorden, 30 december 2016 – Het is een van de tradities op oudejaarsdag: oliebollen maken. Maar hoe maak je een thuis een goede oliebol? Bakker Henk Slagter uit Coevorden maakt de lekkernij al ruim twintig jaar en is al sinds september zijn receptuur aan het perfectioneren. Hij helpt u graag op weg met een variant op dat recept en enkele tips.

Deze ingrediënten heeft u nodig voor dertig tot veertig oliebollen:
1 kg patentbloem, 20 gram zout, 50 gram witte basterdsuiker, 1 ei, 50 gram margarine, 80 gram bakkersgist, 980 ml water, 200 gram gewelde krenten, 200 gram gewelde rozijnen en 100 gram Pink Lady appel in stukjes.

Het recept:
– Doe de patentbloem, het zout, de basterdsuiker, het ei en de margarine bij elkaar in een kom.

– Los de bakkersgist op in het water. Zorg ervoor dat het water een temperatuur heeft van ongeveer 37 graden.

– Voeg het bloemmengsel en de gistoplossing samen en mix vier minuten op de laagste stand. Het mengen zorgt ervoor dat het water en ei goed wordt opgenomen door de bloem.

– Kneed het mengsel daarna vijf minuten op de middelste stand van de mixer en daarna nog een minuut op de hoogste stand. Tijdens dit proces worden de gluten ontwikkeld.

– Wel de krenten en rozijnen tien minuten. Voeg ze daarna samen met de appelstukjes toe aan het beslag. Meng het rustig door elkaar heen tot de vulling gelijkmatig is verdeeld.

– Laat het beslag daarna een halfuur rijzen op een warme locatie, bijvoorbeeld naast de verwarming. Als het beslag afkoelt, krijg je een vette oliebol. Zorg ervoor dat het beslag tijdens het rijzen is afgedekt, bijvoorbeeld met een theedoek, en houd er rekening mee dat het beslag drie keer in hoeveelheid kan verdubbelen.

– Het beslag is klaar om te frituren. Verhit de olie in de frituurpan tot een temperatuur tussen de 170 en 180 graden. Als de temperatuur te laag is, zuigt de bol vol met vet. Dompel een lepel met beslag onder in het frituurvet om een mooi gevormde bol te krijgen. De vuistregel voor de frituurtijd bedraagt 1 minuut frituren per 10 gram gewicht van de oliebol. Bakker Henk Slagter raadt daarom aan om eerst een proefexemplaar te maken. Dat exemplaar kunt u wegen zodat u weet hoe zwaar uw oliebollen zijn en hoe lang ze dus in het vet moeten.

Zien hoe de bakker oliebollen maakt? Bekijk onderstaande video

Hoe maak je thuis een goede oliebol?

Bron: Dagblad van het Noorden

Volg Kermis.wordpress.com op en

Winnaar AD Oliebollentest 2016!

27 december 2016

Winnaar AD Oliebollentest 2016!

Spijkenisse – Ook dit jaar komen de oliebollen van Meesterbakker Voskamp als beste uit de AD Oliebollentest! Met een dikke 10 riep de jury onze oliebollen wederom uit tot de beste van het land. Ook in 2010 en 2015 kwamen onze oliebollen als beste uit deze test.

Dat Arnold Kabbedijk, leidinggevende binnen Meesterbakker Voskamp en verantwoordelijke voor het gehele oliebollenproces, weet hoe een perfecte oliebol hoort te smaken staat inmiddels buiten kijf. Toch doet hij elk jaar weer zijn uiterste best om zijn bollen nóg beter te maken. Proeven, receptuur aanscherpen, bakken, weer proeven… Het winnen van de AD Oliebollentest is dan natuurlijk een mooie kroon op het werk.

Vanaf begin jaren ‘90 publiceert het AD vlak voor de jaarwisseling de Nationale Oliebollentest. Verslaggevers van het AD kopen bij 160 oliebollenkramen en bakkers in heel Nederland oliebollen en laten die door het Centrum voor Smaakonderzoek blind keuren en testen op kwaliteit. Er wordt onder andere gelet op smaak, gewicht, kleur, vetgehalte, vorm en eeteigenschappen. De test van het AD is bij bakkend Nederland én bij de consument uitgegroeid tot een veelbesproken fenomeen.

In 2010 én 2015 bemachtigde Meesterbakker Voskamp ook de eerste plaats in de AD Oliebollentest. De jaren daartussen maar liefst drie top 5-noteringen. Dat de oliebollen van Meesterbakker Voskamp in de smaak vallen mag dus duidelijk zijn, maar dit succes komt niet zomaar aanwaaien. “De AD Oliebollentest winnen is natuurlijk fantastisch, maar de toppositie behouden is minstens zo’n grote uitdaging,” zegt Arnold. “Dus we blijven kritisch en scherpen onze receptuur waar mogelijk aan.”

Alle bakkers, verkoop(st)ers, chauffeurs en zelfs vrienden en familie van Meesterbakker Voskamp staan weer klaar om de versgebakken kampioensoliebollen aan heel Nederland te verkopen.

Verkooppunten
Onze kampioensoliebollen zijn te koop in alle Meesterbakker Voskamp winkels. Deze bevinden zich in Spijkenisse, Hellevoetsluis, Rockanje, Oostvoorne, Brielle, Rozenburg, Rhoon, Poortugaal, Hoogvliet en Vlaardingen. Ook zijn ze verkrijgbaar bij Plus Akkerhof en Jumbo Groenewoud in Spijkenisse.

Bakkerijverkoop
Op 30 en 31 december vanaf 8.00 uur verkoopt Meesterbakker Voskamp de oliebollen ook rechtstreeks uit de bakkerij aan de Ohmweg 10 te Spijkenisse. Helaas kunnen vanwege de te verwachte drukte geen bestellingen worden aangenomen voor oliebollen (met en zonder vulling), appelbeignets en ananasbeignets.

Bron & meer informatie: Voskamp.meesterbakker.nl (27-12-2016)

Lees ook:
Uitslag AD Oliebollentest 2016
Meesterbakker Voskamp wint AD Oliebollentest 2016
Bakkerij Brokking in IJsselstein tweede in Oliebollentest 2016
Waar koop je de lekkerste oliebollen van Amsterdam?
Helmondse oliebol 47e in AD Oliebollentest
Wie bakt de beste oliebollen van 2016?
‘Bakker Voskamp in Spijkenisse bakt beste oliebol van Nederland’ (2015)
Historie van de oliebol

Links:
www.voskamp.meesterbakker.nl
www.facebook.com/meesterbakkervoskamp
www.twitter.com/bakkervoskamp
www.kampioensoliebollen.nl (Oliebollen online bestellen)

Volg Kermis.wordpress.com op en

Meesterbakker Voskamp wint AD Oliebollentest 2016

27 december 2016

Meesterbakker Voskamp wint AD Oliebollentest 2016

Rotterdam, 27 december 2016 – Honderden uren ‘training’ stopt Meesterbakker Voskamp in zijn oliebollen. Elk jaar weer, want het bloem kan net weer wat anders zijn en de ene rozijn is de andere niet. Met resultaat: voor het tweede achtereenvolgende jaar wint Voskamp de AD Oliebollentest.

De toevallig in de receptie aanwezige directrice bij Meesterbakker Voskamp weet al hoe de hazen lopen als de verslaggever zich meldt. Toch haalt zij met een stoïcijns gezicht chef broodbakkerij Arnold Kabbedijk (45) uit de productieruimte. ,,Er staat iemand aan de balie met een klacht over onze oliebollen.” Kabbedijk herkent de bezoeker en weet wat dat betekent. Letterlijk naar adem happend, in elkaar krimpend en naar zijn maag grijpend vraagt hij ,,Echt? Echt waar? Van dit moment heb ik veertien dagen wakker gelegen.”

Trend
Meesterbakker Voskamp wint de Oliebollentest 2016 en prolongeert daarmee, nadat in 2010 voor de eerste keer werd gewonnen, de titel van vorig jaar. In deze 24ste Oliebollentest gaat de tweede plaats naar Bakkerij Brokking in IJsselstein. Bakkerij Aad Klootwijk uit Capelle aan den IJssel eindigt op de derde plaats. De trend dat er steeds beter wordt gebakken, zet zich ook dit jaar voort. De verschillen aan de top zijn klein. Daarom ook werden de beste tien verkooppunten uit de eerste ronde, waarbij in totaal 160 verkooppunten zijn bezocht, nog een keer gezamenlijk en vergelijkenderwijs beoordeeld.

Topformaat
Wessel Cramwinckel, bij het Centrum voor Smaakonderzoek verantwoordelijk voor de uitvoering van de test: ,,Op die manier sluit je een lucky shot of een eendagsvlieg uit. Bakkers moeten echt twee keer een prestatie van topformaat leveren.” Over de oliebollen van Voskamp heeft het twintig man/vrouw sterke panel dan ook vrijwel uitsluitend lovende woorden. ‘Hier word ik blij van’, noteert iemand. ‘Absolute winnaar’, ‘lekker krokante korst’, ‘luchtig, goed gevuld en lekkere afbeet’ zijn een paar van de andere oordelen.

Mooiste prijs
Kabbedijk: ,,De afgelopen zes jaar zijn wij zes keer in de top 5 beland. Dus wij weten ondertussen dat wij best een goede oliebol bakken. Maar dat dat nu weer op deze wijze wordt gehonoreerd, is fantastisch. Het winnen van de Oliebollentest blijft de mooiste prijs die je in bakkersland kunt behalen.”

Het succes met de oliebol heeft het bedrijf bepaald geen windeieren gelegd. Directeur Cees Weeda: ,,De oliebol heeft onze naamsbekendheid enorm vergroot. En daarbij komt als vanzelfsprekend dat wij niet alleen met oliebollen goed willen zijn, maar met al onze artikelen. Klanten betalen een faire prijs voor een eerlijk product, waar met liefde en zorg aan is gewerkt. Binnen het bedrijf is iedereen ervan doordrongen dat wij niet goed, maar de beste moeten zijn. Alleen dan is het mogelijk om in deze tijden te overleven.”

Ultieme recept
En als Kabbedijk en Weeda in oktober bij de tennisvereniging of de voetbalclub met een doos oliebollen komen aanzetten met het verzoek ‘eens te proeven’ weet iedereen dat Kabbedijk weer in training is. ,,Een goede oliebol bak je niet zomaar. Er zijn echt honderden uren training in gaan zitten, zowel in werktijd als op vrije zondagen. Niet alleen probeer je het ultieme recept te vinden, maar je maakt ook bewust fouten. Wat gebeurt er als ik bijvoorbeeld iets te veel water toevoeg? Of iets aan de kneedtijden verander?”

En zoals elk jaar veranderen ook de eigenschappen van de natuurproducten waarmee wordt gewerkt. De bloem kan net iets anders reageren, de ene rozijn is de andere niet en elke oogst appels laat zich weer op een andere manier verwerken. Weeda: ,,Het is niet alleen het recept, alles moet kloppen. Ik moet zorgen dat mijn mensen onder optimale omstandigheden kunnen werken. De juiste apparatuur moet er staan.

Rijskast
Voor dit jaar hebben we geïnvesteerd in een extra, vijfde lijn waarop we 1.000 oliebollen per uur meer kunnen draaien. Uitsluitend voor de oliebollen staat er ook een rijskast, een boiler en een apparaat om water te mengen of te doseren. Maar wil het goed gaan, dan moet ook de chauffeur bij de les blijven. En de verkoopster moet vriendelijk tegen de klant zijn en verstand van zaken hebben, want anders is alles nog voor niets geweest.”

Dat de test leeft, merkt het familiebedrijf Voskamp (zeventien filialen, vooral op Voorne-Putten; 180 medewerkers, van wie de helft parttime) ook aan zijn klantenkring. Weeda: ,,Vanaf begin november gaat er geen dag voorbij of er wordt wel geïnformeerd naar de stand van de oliebol. Als je iets aan de smaak verandert, reageren klanten daar ook onmiddellijk op. Iedereen leeft enorm mee. Of het nu gaat om een wethouder, sportvrienden of wildvreemden.”

Oudejaarsdag
Eerste worden in de Oliebollentest betekent ook dat de lat de komende dagen weer hoog ligt. Op de centrale bakkerij aan de Ohmweg 10 in Spijkenisse – deze dagen ingericht als extra verkooppunt – is het 24 uur per dag buffelen. ,,Wij bakken alles zelf en stoppen daar pas mee als op oudejaarsdag de laatste klant met zijn warme oliebollen is vertrokken.” Tijd om uitgebreid te eten is er niet.

Voor koude en warme maaltijden wordt gezorgd, maar het werk gaat wel gewoon door. De vijf oliebollenlijnen zullen vanaf heden vrijwel continu in bedrijf zijn, 13.000 stuks per uur. ,,Alles vers en gegarandeerd van de kwaliteit waarmee wij hebben gewonnen.” En het aantal? In een grijs verleden vertelde Kabbedijk ooit trots dat hij in een heel seizoen 10.000 oliebollen had gebakken.

,,Nu doen we dat op één zaterdag.” Vorig jaar passeerde bij Voskamp de teller de 500.000. En dit jaar zullen daar ongetwijfeld nog wel de nodige bijkomen.

Bron: www.ad.nl

Lees ook:
Uitslag AD Oliebollentest 2016
Bakker Voskamp bakt opnieuw de beste oliebollen
Helmondse oliebol 47e in AD Oliebollentest
Een rondje langs oliebollenkramen in Groningen
Wie bakt de beste oliebollen van 2016?
‘Bakker Voskamp in Spijkenisse bakt beste oliebol van Nederland’ (2015)
Historie van de oliebol

Links:
www.voskamp.meesterbakker.nl

Volg Kermis.wordpress.com op en

Meesterbakker Voskamp flikt het weer: voor de derde keer de beste oliebol

27 december 2016

Meesterbakker Voskamp flikt het weer: voor de derde keer de beste oliebol

Spijkenisse, 27 december 2016 – Voor de tweede keer op rij mag Meesterbakker Voskamp uit Spijkenisse zich de beste oliebollenbakker van Nederland noemen. Volgens de jaarlijkse Oliebollentest van het AD worden daar ook dit jaar de lekkerste oliebollen gebakken. Het panel, dat bestaat uit twintig leden, bezocht in totaal 160 oliebollenverkooppunten. Volgens het panel is Voskamp de “absolute winnaar”. “Luchtig, goed gevuld en lekkere afbeet”, zegt een van de panelleden.

De tweede plaats van deze 24ste Oliebollentest is voor Bakkerij Brokking in IJsselstein. Bakker Klootwijk in Capelle aan den IJssel eindigde op plek drie.

Volgens het panel wordt er ieder jaar beter gebakken. De verschillen zijn klein en daarom werden de tien beste bakkers uit de eerste ronde nog een keer bezocht voor een definitief oordeel.

Bakkersland
Het is voor Meesterbakker Voskamp de derde overwinning in totaal. In 2010 kwam de Zuid-Hollandse oliebollenbakker ook al als beste uit de bus. “De afgelopen zes jaar zijn wij zes keer in de top-5 beland”, zegt Arnold Kabbedijk van Meesterbakker Voskamp in het AD. “Dus wij weten ondertussen wel dat wij best een goede oliebol bakken. Maar dat dat nu weer op deze wijze wordt gehonoreerd, is fantastisch. Het winnen van de Oliebollentest blijft de mooiste prijs die je in bakkersland kunt behalen.” Het familiebedrijf telt zeventien filialen. In totaal werken er 180 mensen.

Dierenmishandeling
Anders dan andere jaren maakte het AD niet bekend waar de slechtste oliebol werd verkocht. Vorig jaar ging die twijfelachtige eer naar Gebakkraam Parel in Venlo. “Niet gebruiken als vetbol voor de vogels”, oordeelde de jury toen. “Dat zou dierenmishandeling zijn.”

Bron: Nos.nl

Lees ook:
Bekijk de volledige uitslag van de Oliebollentest
Meesterbakker Voskamp wint AD Oliebollentest 2016
Bakkerij Brokking in IJsselstein tweede in Oliebollentest 2016
Waar koop je de lekkerste oliebollen van Amsterdam?
Helmondse oliebol 47e in AD Oliebollentest
Wie bakt de beste oliebollen van 2016?
‘Bakker Voskamp in Spijkenisse bakt beste oliebol van Nederland’ (2015)
Historie van de oliebol

Links:
www.voskamp.meesterbakker.nl
www.facebook.com/meesterbakkervoskamp
www.twitter.com/bakkervoskamp
www.kampioensoliebollen.nl (Oliebollen online bestellen)

Volg Kermis.wordpress.com op en

Bakker Voskamp bakt opnieuw de beste oliebollen

27 december 2016

Bakker Voskamp bakt opnieuw de beste oliebollen

Rotterdam, Dinsdag 27 december 2016 – Bakker Voskamp bakt opnieuw de beMeesterbakker Voskamp uit Spijkenisse mag zich wederom de beste oliebollenbakker van Nederland noemen. Evenals vorig jaar kwam zijn zaak als beste uit de bus bij de AD Oliebollentest, schrijft de krant dinsdag. In 2010 won Voskamp deze prijs voor het eerst. In deze 24ste Oliebollentest ging de tweede plaats naar Bakkerij Brokking in IJsselstein. Bakkerij Aad Klootwijk uit Capelle aan den IJssel eindigde op de derde plaats.

Het panel bezocht in totaal 160 oliebollenbakkers. Volgens de jury zijn aan de top de verschillen tussen de verschillende bakkers maar klein. Maar over de bollen van Voskamp heeft het panel vrijwel uitsluitend lovende woorden. ‘Absolute winnaar’, ‘lekker krokante korst’, ‘luchtig, goed gevuld en lekkere afbeet’, oordeelt het panel.

Natuurproducten
De bakkers van Voskamp hebben honderden uren getraind. Elk jaar zijn de eigenschappen van de natuurproducten waarmee wordt gewerkt weer anders. De bloem kan net iets anders reageren en elke oogst appels of rozijnen is ook steeds net even anders.

‘Het is niet alleen het recept, alles moet kloppen. Ik moet zorgen dat mijn mensen onder optimale omstandigheden kunnen werken. De juiste apparatuur moet er staan. Maar wil het goed gaan, dan moet ook de chauffeur bij de les blijven. En de verkoopster moet vriendelijk tegen de klant zijn en verstand van zaken hebben, want anders is alles nog voor niets geweest’, aldus directeur Cees Weeda.

Het familiebedrijf Voskamp (met zeventien filialen en 180 medewerkers) produceert 13.000 stuks per uur. Vorig jaar gingen er meer dan 500.000 over de toonbank.

Bron: Volkskrant.nl

Lees ook:
Bekijk de volledige uitslag van de Oliebollentest
Meesterbakker Voskamp wint AD Oliebollentest 2016
Helmondse oliebol 47e in AD Oliebollentest
Een rondje langs oliebollenkramen in Groningen
Wie bakt de beste oliebollen van 2016?
‘Bakker Voskamp in Spijkenisse bakt beste oliebol van Nederland’ (2015)
Historie van de oliebol

Links:
www.voskamp.meesterbakker.nl

Volg Kermis.wordpress.com op en

Wintercircus Apeldoorn 24 t/m 30 december 2016

19 december 2016

Wintercircus Apeldoorn 24 t/m 30 december 2016

Apeldoorn – De 23ste editie van het Wintercircus Apeldoorn dragen wij op aan Wim Zomer en Jeroen Harleman, grondleggers van het Wintercircus Apeldoorn. “Hooggeëerd Publiek!”. Met deze woorden opende Wim Zomer jaren achtereen de voorstellingen van zijn Wintercircus Apeldoorn om er direct aan toe te voegen: “Ja, zo noemen wij dat in het circus, u bent voor ons het Hooggeëerd Publiek!”

Drieëntwintig jaar geleden startte Wim Zomer het Wintercircus Apeldoorn. In het prille begin werden de tenten van Circus Alladin opgebouwd aan de oevers van Het Apeldoorns Kanaal op de fundamenten van een voormalig fabrieksgebouw. Korte tijd koos het Wintercircus domicilie aan het Rietveld, nauwelijks 300 meter hier vandaan. Gedurende meer dan vijftien jaar ontving het Vision Park vele tienduizenden bezoekers van het Wintercircus Apeldoorn. Inmiddels vond ook een directiewisseling plaats, Wim Zomer en Jeroen Harleman deden een stapje terug om directie en productie in de bekwame handen te stellen van Emmanuel Horwood.

In 2015 zochten en vonden wij een nieuwe en eigentijdse locatie op de parkeeraccommodatie van het Winkel Centrum ‘De Voorwaarts’, goed bereikbaar op een bijzondere zichtlocatie te midden van een bruisend winkelhart en voorzien van een keur aan horeca. Niet langer gelegen aan de rafelranden van de stad, maar midden in het stedelijk gebied van Apeldoorn.

Om geheel in de trant van de grondleggers van het Wintercircus Apeldoorn af te sluiten: “Geniet u nu van de magische momenten, die ook de drieëntwintigste editie van het Wintercircus Apeldoorn u biedt!”

Namens de directie van het Wintercircus Apeldoorn wens ik u een gezond en gelukkig 2017!

Uw gastheer,

Adri Lammers

Voor online tickets ga naar www.wintercircusapeldoorn.nl

Bron & meer informatie: Wintercircusapeldoorn.nl (01-11-2016)

Volg Kermis.wordpress.com op en